rearch en consultancy
Vietsch (CDA-Kamerlid):
“Voelt de cliënt zich gelukkig?”
De AVVV heeft aan de hand van overheidsrapporten uit het verleden laten zien dat er een grote kloof is tussen vraag en aanbod in de ouderenzorg: er zijn te weinig zorgverleners en die zijn te laag opgeleid.Toch gaf u in het laatste Kamerdebat aan niet overtuigd te zijn van het structurele karakter van de problemen. Hoe komt dat?
“Zorg moet ondersteunend zijn aan de vraag van de mensen. Ik geloof niet in het medisch model in verpleeghuizen waarbij iedereen op een bepaald tijdstip wakker gemaakt wordt en waar vervolgens een wasronde volgt en een ontbijtronde. Mensen moeten zoveel mogelijk hun eigen leven leiden. Ze moeten zelf kunnen bepalen wanneer ze opstaan en wanneer ze naar bed gaan. Zij moeten zoveel mogelijk doen wat ze nog kunnen.
Er moet worden bekeken wanneer de belasting het hoogst is, en hoe dat opgevangen kan worden. In sommige instellingen wordt een flexibele inzet van medewerkers op afdelingen toegepast. Maar instellingen moeten ook flexibel inspelen op de wensen van de medewerkers. Het management moet beter, organisaties platter. Het fusiegeweld moet ophouden!
De benodigde opleiding en het opleidingsniveau van de medewerkers hangt af van de vraag van de cliënten. Een jongere met niet aangeboren hersenletsel vraagt bijvoorbeeld een andere behandeling dan een revalidant en die vraagt weer een andere behandeling dan een demente oudere. Of de samenstelling van het personeel in huizen niet klopt, laat ik graag aan deskundigen over. Maar ik vind het wel merkwaardig dat mensen met een te lage opleiding al jaren in een huis werken. Natuurlijk heeft men door het personeelsgebrek concessies moeten doen wat betreft de opleiding van de medewerkers die men aannam. Maar dan schoolt men ze op de werkplek, biedt ze een opleiding aan of past men de personeelssamenstelling aan. Als dat niet gebeurt dan is personeelsmanagement het probleem.”
Bijna alle verpleeghuizen geven aan dat zij geen goede kwaliteit van zorg meer kunnen leveren.
“Wat goede zorg is, is een moeilijke vraag. Ik ben een tegenstander van allerlei enquêtes en onderzoeken waarin dat per huis vastgesteld moet gaan worden. Laten we geen nieuwe bureaucratie binnen halen. De tevredenheid van de cliënten is voor mij het belangrijkst. Voelen zij zich gelukkig? Dat is de vraag.”
Onze collega’s in de verpleeg- en verzorgingshuizen lopen zich elke dag ‘het vuur uit de sloffen’ om de kwetsbare bewoners zo goed mogelijk te helpen. Velen van hen vinden dat zij onvoldoende tijd en aandacht kunnen geven aan cliënten. Verwacht u dat hun situatie op redelijk korte termijn zal verbeteren? En waar kunnen zij het CDA op aanspreken?
“Uit het rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg bleek duidelijk dat de cliënten het personeel zeer waardeerden. Laten we dat niet vergeten. Daar ligt het probleem niet.
Hoe het verpleeghuis georganiseerd is, dat moeten de verpleeghuizen zelf bepalen. Daar gaat de overheid niet over. De overheid is slechts verantwoordelijk voor de minimale kwaliteit. Via de door ons voorgestelde klokkenluidersregeling kunnen medewerkers direct bij de Inspectie klagen. De Inspectie zal dan de klacht anoniem verwerken. En het management daarop aanspreken. Indien het management er niet uitkomt, dan kunnen ze hulp vragen van het consulenten- en deskundigenteam. Bij financiële problemen kan men ook een beroep doen op de Saneringscommissie. Dat instellingen die problemen hebben ook hulp kunnen krijgen, dáár kun je ons op aanspreken.”
Tot nog toe zijn er onvoldoende beroepsinhoudelijke normen om de kwaliteit van zorg te borgen in de ouderenzorg. Vindt u dat er middelen vrij gemaakt moeten worden om deze normen niet alleen te ontwikkelen, maar ook te implementeren in de basisopleidingen en in de organisaties door middel van bij- en nascholingen?
“Het veld en deskundigen gaan op verzoek van het ministerie van VWS voor 1 juni kwaliteitsnormen opstellen die geïmplementeerd zullen worden. Dat de opleidingen voor de zorg van goede kwaliteit zijn en dat mensen opleiding blijven volgen, vind ik zeer belangrijk.”
Er zijn geen streefnormen die aangeven hoeveel personeel en welke kwaliteit van personeel moet worden ingezet per patiëntencategorie. De AVVV is een voorstander van het ontwikkelen en vaststellen van deze streefnormen. Wat vindt het CDA?
“Ik moet er niet aan denken dat we in verpleeghuizen precies gaan bijhouden hoeveel minuten medewerkster X of Y per cliënt gewerkt heeft, zoals in de thuiszorg, en dat dan dáár het budget op afgestemd zou zijn. Het gaat in een verpleeghuis om mensen, niet om een productieproces. Vroeger stond precies vast hoeveel medewerkers met opleiding A er moesten zijn en hoeveel medewerkers van soort B. Daar werd het budget van de instelling op gebaseerd. Dit systeem werkte zeer verstarrend. Ook was verschil in organisatie, afhankelijk van cliënten, zorgvisie, groepsgrootte en gebouw, niet mogelijk. Op verzoek van de zorginstellingen zelf is men overgegaan naar budgettering per plaats. Omdat Den Haag niet kan bepalen of mijnheer Jansen om 7 of om 9 uur wil opstaan, kan Den Haag ook niet het personeelsplaatje bepalen. Het CDA is wel voor een financiering per cliëntencategorie, want ook de behandeling verschilt per cliënt.”