Antoinette Vietsch| AVI research en consultancy
AVI

rearch en consultancy
AVI research en consultancy richt zich op: overheid, bouw en gezondheidszorg.

Vraagstukken waarmee AVI research en consultancy zich bezig houdt, zijn:
- wat is de huidige situatie
- wat zijn de ontwikke-lingen
- wat wordt de toekomst.
En natuurlijk ook: hoe speel ik op die ontwikkelingen in, hoe wijzig ik de toekomst.

                 Lees meer>>

Wet bestuurlijke boete Arbeidstijdenwet (29000)


Plenaire inbreng
19 mei 2004

Voorzitter, het CDA staat achter deze wet waardoor een lik-op-stuk-beleid mogelijk wordt en de effectiviteit van het toezicht en de handhaving verbeterd kunnen worden.
Zoals al aangegeven bij de behandeling van de begroting SZW is het CDA voorstander van vereenvoudiging van de regels over arbeidstijden.
Bij vereenvoudiging van regels is handhaving eveneens eenvoudiger.
Kan de minister aangeven hoe het staat met zijn toezegging over te gaan tot vereenvoudiging en wat de relatie is met de onderhavige wet?

Voorzitter, scheiding tussen toezicht en boeteoplegging wordt gewaarborgd door een fysieke scheiding tussen de ambtenaren van het boeteopleggend orgaan die werkzaam zijn op het centrale boetekantoor en de ambtenaren die in de regio de boeterapporten opstellen. Graag wil de CDA-fractie weten hoe de geldstromen hierbij gaan lopen. We willen er namelijk zeker van zijn dat het orgaan daadwerkelijk onafhankelijk is en geen garen spint als er meer boetes geďnd worden.

Voorzitter, het CDA vindt het merkwaardig dat er verschil is in aansprakelijkheid bij het inhuren van een Nederlands en een buitenlands bedrijf.
Als je een Nederlands bedrijf inhuurt en een werknemer van dat bedrijf begaat een overtreding, dan ben je aansprakelijk. Is het echter een Belgisch bedrijf, dan kan je een boete krijgen (art. 10:5, lid 4).
Werkt dit verschil niet concurrentievervalsend en is dit daarom niet in strijd met de Europese regelgeving?
Graag een nadere toelichting van de minister.

Tot slot, voorzitter, nog een laatste vraag.
De minister is van mening dat de beoordeling van concrete criteria voor strafrechtelijke vervolging bij de vervoersectoren nog nadere toelichting behoeft (MvT pag.9 nr. 5). De beoordeling hiervan hangt natuurlijk samen met vele andere factoren betreffende de verkeersveiligheid, waardoor nadere invulling zich niet goed leent voor codificatie in een formele wet. Dit kan zo zijn, maar wellicht kan de minister toch wat meer duidelijkheid geven welke richting het opgaat.