Antoinette Vietsch| AVI research en consultancy
AVI

rearch en consultancy
AVI research en consultancy richt zich op: overheid, bouw en gezondheidszorg.

Vraagstukken waarmee AVI research en consultancy zich bezig houdt, zijn:
- wat is de huidige situatie
- wat zijn de ontwikke-lingen
- wat wordt de toekomst.
En natuurlijk ook: hoe speel ik op die ontwikkelingen in, hoe wijzig ik de toekomst.

                 Lees meer>>

Wijziging wet architectentitel (32.016)


inbreng schriftelijk overleg
22 september 2009

De CDA-fractie heeft kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel, wijziging van de Wet op de architectentitel. De CDA-fractie vraagt zich af of de huidige wetgeving in overeenstemming is met de Europese Richtlijn. En zo niet, waarom dat bij de laatste wijziging niet geregeld is.
Tevens vraagt de CDA-fractie of de beroepsstage verplicht is volgens de Europese Richtlijn.

Naar aanleiding van het advies van de Raad van State zijn de gedragregels en de klachtenregeling geschrapt. Dit is een wet die slechts titelbescherming biedt en geen beroepsbescherming volgens ons zeer terecht.
Waarom is echter artikel 27aa ingevoerd die gedragsregels omvat en die bepaalt wat een architect in een offerte moet aangeven? Is dit niet in strijd met het advies van de Raad van State? Wat betekent het aan extra bureaucratie en administratieve lasten? En hoe wordt het gecontroleerd en welke sanctie staat op overtreding?

Naar aanleiding van het advies van de Raad van State wordt de Stichting niet omgezet in een openbaar lichaam in de zin van de Grondwet. De Raad van State geeft aan dat volstaan kan worden met de huidige organisatorische structuur. Waarom vindt dan omzetting plaats in een Zelfstandig bestuursorgaan op publieke grondslag?

Verder heeft de CDA-fractie nog een aantal kleinere vragen:
Geldt de eis voor beroepservaring voor alle personen die ingeschreven willen worden in het architectenregister? Dus ook voor stedenbouwkundigen, tuin- en landschapsarchitecten en interieurarchitecten? Zo nee, waarom niet?

2. Het bestuur wordt benoemd door de minister en bestaat ten hoogste uit drie leden. De organisatie van de beroepsgroep is laag. Daardoor kan getwijfeld worden aan de representatieviteit van de beroepsorganisaties. Waarom wordt gekozen voor afvaardiging van de beroepsgroeporganisatie in het bestuur in plaats van de ingeschreven een bestuurslid te laten kiezen? Daarbij zou een bestuurslid kunnen voortkomen uit de (interieur)architecten en een uit de stedenbouwkundigen of tuin- en landschapsarchitecten.

3. Het bureau schrijft leden in en geeft op verzoek een certificaat af (art. 8). Waarom krijgen de leden niet automatisch een certificaat bij inschrijving of bij de jaarlijkse betaling aan het bureau?

4. Het bureau stelt regels vast met betrekking tot de tweejarige beroepservaring. Waarom behoeven deze regels niet net zoals de regels over bij- en nascholing de goedkeuring van de minister?

5. Kan de minister aangeven of de beroepservaring slechts opgedaan kan worden op een architectenbureau of kan het ook opgedaan worden bij een aannemer, projectontwikkelaar, bouw- en woningtoezicht van een gemeente, de Rijksgebouwendienst, op de universiteit of ander opleidingsinstituut of op een onderzoeksinstelling?

6. Op de universiteiten is juist door het gebrek aan stageplaatsen de praktijkopleiding geschrapt. Hoe wordt gegarandeerd dat er wel voldoende plaatsen zijn om de beroepservaring te kunnen waarmaken?

7. Krijgen architecten die beroepservaring opdoen gewoon regulier salaris uitbetaald of vindt korting plaats in verband met de “opleiding”?

8. Wordt bij de bepaling van de beroepservaring voldoende rekening gehouden met de diversiteit van architecten? Het grootste deel van de architecten werkt als kleine zelfstandige. Dat vraagt een totaal andere ervaring dan architect op een internationaal bekend architectenbureau. Hoe wordt hier rekening mee gehouden?

9. Waarom krijgen de personeelsleden die overgaan van de stichting bureau architectenregister naar het ZBO een rechtspositie die gelijk of beter is dan hun huidige rechtspositie (artikel III) en waarom is dit in de wet opgenomen?

10.   Waaruit bestaat de brede steun voor de wetswijziging (MvT hoofdstuk 8). Is de steun voor het voorstel niet beperkt tot de steun van beroepsorganisaties en met name zelfstandige architecten in de beroepsorganisaties? Waarom zijn de ingeschreven van het register niet geraadpleegd over de wetswijziging?

11. Het woord architectenbureau mag slechts gevoerd worden indien 50% van de partners of vennoten van het bureau geregistreerd is als architect. Waarom wordt dan ook nog de eis gesteld dat de naamgevers ook minimaal 50% geregistreerd architect moeten zijn en dus dat bij architectenbureau Van de Broek en Bakema,  of Van de Broek of Bakema geregistreerd moet staan als architect? Wat betekent dit voor het gebruiken van de naam van oprichters van een bureau die overleden zijn of niet (meer) ingeschreven zijn?