rearch en consultancy
De CDA-fractie heeft moeite met het voorschrijven van gedetailleerde interne administratie aan gezondheidszorgorganen. Vooral omdat daarbij de detaillering ingaat op de toerekening naar patiënten. Wie mag volgens de minister deze bedrijfsinformatie opvragen en hoe mag deze worden gebruikt bij prijsonder-handelingen met individuele zorgorganen? Mogen hieruit ook door degenen die de informatie opgevraagd hebben, conclusies getrokken worden die van invloed zijn op het budget van het orgaan? Wat van deze informatie is in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur op te vragen door derden?
In de MvT wordt gesteld dat de balanspositie van de organen in de gezondheidszorg beter moet worden (pag. 8). Kan de minister toelichten wat de financiële consequenties zijn voor de komende begroting?
Kan de minister aangeven of volgens hem zorgorganen failliet kunnen gaan of dat het CTG over moet gaan tot steunverlening zoals aangegeven in de MvT (pag. 10)?
De CDA-fractie vraagt zich af of het verbieden van tarieven voor prestaties waarvoor nog geen beschrijving is vastgesteld, leidt tot vertraging van invoering van nieuwe behandelmethoden. Graag verneemt de fractie hoe de minister voorziet dat de tarifering niet meer leidt tot verstarring van behandelingen en voldoende ruimte laat voor innovatie. Acht de minister herziening van de DBC-tarieven elke 6 maanden zoals aangegeven bij de Wet herziening overeenkomstenstelsel zorg voldoende mogelijk indien de WTG ExPres wordt ingevoerd?
In artikel 2, lid 2 geeft de minister aan dat er een verbod is voor gezondheidszorgorganen om aan derden het tarief te vergoeden. Betekent dit dat een gezondheidsorgaan geen onderaannemer meer mag zijn van een ander gezondheidsorgaan?
De kosten voor opleiding en kapitaalslasten wil de minister versleutelen via toeslag op de prestatiekosten (pag. 18). Kan de minister dit aan de hand van voorbeelden uiteenzetten? En kan aangegeven worden wat de verschillende toeslagen betekenen voor de concurrentiepositie? Hoe verhoudt zich de toeslag voor topreferentie tot de voormalige fusiebonus en op welke manier wordt rekening gehouden met de spreiding van voorzieningen zoals SEH, CCU etc.?
In de MvT wordt ingegaan op DBC’s bij de GGZ. Kan de minister aangeven of volgens hem de DBC’s alleen gelden voor de curatieve GGZ en hoe de overige GGZ gefinancierd gaat worden en welke GGZ-zorg dit betreft?
In de MvT geeft de minister aan dat het uurtarief van de specialisten een soms niet te nemen hindernis in de onderhandelingen zijn (pag. 17). Hoe denkt hij dat in de toekomst deze hindernis wel genomen kan worden en indien niet, wat betekent dit volgens hem voor dit wetsvoorstel?
Tot slot hebben we nog een algemene vraag die in het verlengde ligt van de vraag van de Raad van State naar de machtsverdeling tussen ministerie en het zelfstandig bestuursorgaan CTG; namelijk kan de minister aangeven of het parlement door deze wijziging minder bevoegdheden krijgt. En zo ja, welke