rearch en consultancy
Voorafgaand aan deze maaltijd hebben we een debat op hoofdlijnen gehad over het zorgstelsel. Teruglezend kwam ik tot de volgende samenvatting van de antwoorden van de Minister.
De Inspectie Gezondheidszorg (IGZ) houdt toezicht op de kwaliteit. De kwaliteit wordt inzichtelijker doordat zorgaanbieders aan de IGZ kwaliteits- en veiligheidsindicatoren rapporteren die op internet gezet worden.
De Regering let op de betaalbaarheid. De Minister zal met het vrijgeven van de marktwerking behoedzaam omgaan. De zorgautoriteit reguleert de prijs waar nog geen vrije prijsvorming is en vergroot transparantie zorginkoopmarkt en zorgverzekeraarsmarkt. De Zorgautoriteit of de NMA ziet toe op monopolievorming
De bereikbaarheid van acute zorg wordt in de WTZi geregeld. Ook de positie van de Raden van Toezicht van zorginstellingen wordt wettelijk verankert in de WTZi.
De patiënt heeft mede door de acceptatieplicht keuzevrijheid van zorgverzekeraar en mag tenminste één keer per jaar boetevrij overstappen.
Omdat de Wet HOZ nu als eerste aan de beurt is, ligt het voor de hand om nu alle nog niet beantwoorde vragen te stellen. Maar de Wet HOZ beperkt zich tot het kunnen vrijgeven van deelmarkten die geen spoed-eisende zorg betreffen. Daarom wil het CDA de discussie daartoe beperken.
Voorzitter, het CDA heeft de Minister in de eerste termijn een aantal kleine vragen gesteld en een 3-tal hoofdvragen. De kleine vragen betroffen onder meer de vraag over BTW, over de verwerking van kapitaalslasten – overigens waarom 12,5% toeslag - en over het contracteren van specialisten in plaats van ziekenhuizen zoals in Zweden. Graag krijg ik daar alsnog antwoord op.
De drie hoofdvragen over bereikbaarheid, de positie van instellingen in grensregio’s en over het eigen vermogen zal ik kort herhalen zodat de Minister alsnog de vragen kan beantwoorden.
De eerste hoofdvraag betrof de positie van de patiënt aan de hand van twee voorbeelden.
De Minister gaf aan dat zorgverzekeraars wel zouden zorgen dat ze het dichtst- bijzijnde ziekenhuis gecontracteerd zouden hebben omdat zij anders klanten zouden verliezen. Ook gaf hij aan dat de contracteervrijheid niet voor de AWBZ zou gelden. Dat laatste is inmiddels achterhaald door het regeringsbesluit van afgelopen vrijdag waarin besloten werd dat de contracteerplicht voor de thuiszorg komt te vervallen.
Nu kan de CDA-fractie instemmen met het vervallen van de contracteerplicht bij de thuiszorg. Tevens zou het volgens ons goed zijn als de contracteerplicht vervalt voor de lege plaatsen in slechte AWBZ-instellingen die geen wachtlijst hebben. Indicatoren voor de kwalificatie slecht zijn wat ons betreft: grote meerbedskamers, het vastbinden van cliënten zonder toestemming, toiletrondes en pyamadagen.
Maar wij hebben nog steeds een probleem met de bereikbaarheid van zorg. “Het zal wel meevallen”, is ons te weinig garantie. Wij begrijpen dat dit een zeer complexe vraag is. Indien de Minister geen compleet antwoord heeft, dan willen wij van hem de toezegging dat hij dit expliciet beziet bij elke AMvB die een nieuwe deelmarkt vrijgeeft.
Voorzitter, de tweede hoofdvraag die wij hadden betrof de verwerking van de kapitaalslasten en de daarmee gepaard gaande ongunstige concurrentiepositie van ziekenhuizen in de grensregio’s. Hierover schrijft de Minister: “Theoretisch is het denkbaar dat een verzekeraar alle zorg in het buitenland inkoopt. Verzekerden hebben echter de behoefte om hun zorg dicht bij huis te betrekken. De verzekeraar zal daar op inspelen wil hij zijn positie op de markt kunnen behouden.”
Voorzitter, uit dit antwoord blijkt dat ziekenhuizen net over de grens, die voor som-mige patiënten dichterbij zijn dan ziekenhuizen in Nederland, last zullen krijgen van valse concurrentie. Benzinepompen aan de grens trachten we te ontzien maar bij de zorg is niets aan de hand. Voorzitter, wij vragen de Minister om voor deze instel-lingen maatregelen te treffen. Het is wat ons betreft niet slechts een denkbeeldige situatie.
Tot slot voorzitter, vroeg de CDA-fractie naar de balanspositie. In de Nota nav het Verslag schreef de Minister zelf (pag. 4) dat de balanspositie aanpassing behoefde. Op onze vraag wat betekent dit concreet, antwoord de Minister op pag. 4 van zijn brief: “als een ziekenhuis mindert opbrengsten genereert verslechtert de balans-positie. Als een ziekenhuis daarentegen goed presteert .., dan verbetert zijn balanspositie”. Met die conclusie, voorzitter, is de gehele Kamer het vast eens. Maar de vraag, gaat er natuurlijk om of de balans van zorginstellingen van gemiddeld 5% van de omzet niet naar zoals de banken willen naar 25% van de omzet moet gaan en we dus 8 miljard in de zorg extra moeten gaan sparen vanwege de solvabiliteit van zorginstellingen?
Voorzitter, een premiestijging van 20% is natuurlijk ondenkbaar, maar wij willen graag weten waar we aan toe zijn. Hoeveel moet het eigen vermogen van zorginstellingen worden vergroot door het vervallen van de contracteerplicht?
Daar willen we een serieus antwoord op.
Wij begrijpen dat ook dit een heel gecompliceerde vraag is. Indien de Minister nu geen compleet antwoord kan geven, dan willen wij opnieuw van hem de toezegging dat hij dit expliciet beziet bij elke AMvB die een nieuwe deelmarkt vrijgeeft.
Voorzitter, met de Minister zijn wij van mening dat de introductie van gereguleerde marktwerking noodzakelijk is. De patiënt moet centraal. Vraagsturing in plaats van aanbodsturing, opheffen verschil tussen particulier en fonds, maatschappelijk ondernemen in plaats van budget-denken, minder bureaucratie en afstemming van zorg binnen Europa vormen een wenkend perspectief. We zien het voorliggende wetsvoorstel als een eerste stap in een proces tot een nieuw stelsel. We begrijpen dat op dit moment niet alle vragen beantwoord kunnen worden. We willen graag op weg naar een nieuw zorgsysteem met de Minister meedenken hoe de kerntaken bereikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit gegarandeerd blijven.