Antoinette Vietsch| AVI research en consultancy
AVI

rearch en consultancy
AVI research en consultancy richt zich op: overheid, bouw en gezondheidszorg.

Vraagstukken waarmee AVI research en consultancy zich bezig houdt, zijn:
- wat is de huidige situatie
- wat zijn de ontwikke-lingen
- wat wordt de toekomst.
En natuurlijk ook: hoe speel ik op die ontwikkelingen in, hoe wijzig ik de toekomst.

                 Lees meer>>




Plenair debat 2e termijn
7 september 2004

Voorzitter, ik dank de Minister voor zijn uitgebreide beantwoording van onze vragen. Het is goed om te horen dat de minister in de toekomst kan en zal ingrijpen bij in onze ogen misstanden bij zorginstellingen.

Ook dank ik de Minister voor de toezegging alle Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) gelijk te beschouwen en dus met een voorhangprocedure.
Ik ga ervan uit dat hij bij de uitwerking van de AMvB de richting die de Kamer aangegeven heeft meeneemt. Zoals de invoering van codes voor besturen en de grootst mogelijke deregulering voor de bouw. Wij zullen daar bij de behandeling van de AMvB’s op terugkomen.

Ten aanzien van de status van het College bouw en College Sanering gaf de Minister aan dat hij de positie en taken van de ZBO’s het komend jaar integraal gaat herzien en daarbij ook het rapport van de commissie Kohnstamm zal betrekken. Gezien deze toezegging trek ik mijn amendement 25 in.

In verband hiermee hecht de CDA-fractie er aan dat de Minister en niet het College bouw verantwoordelijk is voor de verlening van de vergunning, ofwel amendement 23. Daartoe hebben we een 6-tal redenen.

1. We praten hier over de Vergunning voor projecten met zulke grote financiële consequenties dat ze niet overgelaten kunnen worden aan de verantwoordelijkheid van directies van zorginstellingen.  Waarom kan het dan wel overgelaten worden aan een ZBO en kan democratische controle ontbreken?
2. De Vergunning wordt getoetst aan de toelating. De toelating wordt getoetst aan de Beleidsvisie die elke 4 jaar herzien wordt. Tussen de afgifte van de toelating en de Vergunning kan meer dan 4 jaar zitten. Daardoor zal de Vergunning afgegeven worden door het College bouw op basis van een verouderde Visie van een vorige regering. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat bepaalde functies op bepaalde locaties opgeheven kunnen worden terwijl de nieuwe visie juist spreiding voorstaat. Indien het College bouw het project gaat toetsten aan de Visie dan heeft zij dus de bevoegdheid om de toelating te wijzigen en dus het departement te overrulen. Dat is dus niet een oplossing.
3. In de periode tussen de toelating en de Vergunning wijzigt de apparatuur en de medische behandelwijze. Daarop wordt een project aangepast. Een voorbeeld: een ziekenhuis krijgt nu oppervlakte en budget berekend op basis van onder meer het aantal bedden in een verpleegafdeling. De bedbezetting wordt minder en in de periode tussen de toelating en Vergunning vermindert de instelling de oppervlakte van verpleegafdelingen en wordt de oppervlakte aan werkkamers voor o.a. specialisten vergroot.
4. Bij de uitwerking van de toelating kan een instelling slechts voor een deel van de toelating de vergunning aanvragen. Hij kan bijvoorbeeld de SEH of de kinderafdeling weglaten.
5. Een toelating wordt aan een instelling gegeven. Die instelling kan na de toelating fuseren en dan kan het project bijvoorbeeld gerealiseerd worden op een andere locatie. Als dat soort dingen niet tot het detail zijn beschreven in de toelating, zal het College bouw toestemming moeten geven.
6. Tot slot het argument van het recht op controle. In de bouw wordt met grote bedragen omgegaan en het begrip bouwfraude is spreekwoordelijk. Daarom is controle geen wantrouwen maar een recht dat een medewerker, maar ook een College heeft.

Voorzitter, reeds in een interruptie heb ik aangegeven dat de wettelijke verankering van een bouwplafond in tegenstelling vind met de lijn van liberalisering die we ingezet hebben. Terecht heeft de Minister verleden jaar in zijn begroting geen apart bouwkader meer opgenomen omdat de financiering versleuteld wordt via de productie. Juist omdat er altijd onderbesteding is geweest en gezien de voortgang van projecten ook de komende jaren onderbesteding zal zijn, zien wij net als de collega’s Van Vliet en Arib destijds bij de WEZ, geen noodzaak voor aparte bureaucratische regelingen in de vorm van bouwprioriteitenlijsten. 

Tot slot voorzitter: ik mis het antwoord op de vraag zouden bouweisen niet minimum- in plaats van maximum-eisen moeten zijn. Ik zal op deze vraag en op de vraag over de verhouding met het Bouwbesluit bij de behandeling van de toegezegde bouwnota in oktober terug komen.