Antoinette Vietsch| AVI research en consultancy
AVI

rearch en consultancy
AVI research en consultancy richt zich op: overheid, bouw en gezondheidszorg.

Vraagstukken waarmee AVI research en consultancy zich bezig houdt, zijn:
- wat is de huidige situatie
- wat zijn de ontwikke-lingen
- wat wordt de toekomst.
En natuurlijk ook: hoe speel ik op die ontwikkelingen in, hoe wijzig ik de toekomst.

                 Lees meer>>




Plenair debat
16 juni 1004

Voorzitter, de CDA-fractie ondersteunt de doelstelling van de WTG ExPres. Prestatiegerichte bekostiging, bestrijding van bureaucratie en administratieve lasten en bestrijding van fraude, wie kan daar tegen zijn? Zeker als de regering daarbij toezegt dat de overheid de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de zorg blijft garanderen.

Het concept van de prestatiegerichte bekostiging is eenvoudig. Een patiënt heeft een ziekte. Hij ondergaat een behandeling waardoor hij beter wordt of waardoor zijn situatie zo optimaal mogelijk wordt. Voor die behandeling krijgt een zorgaanbieder afhankelijk van de ziekte van de patiënt een prijs vergoed. Er is dus bijvoorbeeld een vergoeding voor behandeling van een patiënt met spataders. Moet een patiënt onder behandeling blijven – bijvoorbeeld een suikerpatiënt – dan krijgt de zorgaanbieder per tijdseenheid een bepaalde vergoeding. Ook bij een AWBZ-instelling geldt per cliëntensoort een vergoeding per tijdseenheid.
De CDA-fractie onderschrijft dit macro-concept. Zeker als de overheid via de inspectie en via de kwaliteitswet een noodzakelijke, minimale kwaliteit garandeert.

Per patiënten- en cliëntensoort zouden er prijsafspraken gemaakt moeten worden. In de visie van het CDA zou dit voor planbare zorg op de volgende manier moeten gebeuren.
Bij voldoende marktwerking in een regio kan de zorgverzekeraar met de zorgaanbieders een prijs uitonderhandelen. Bij die onderhandelingen kan de zorgverzekeraar vragen om gegevens en garanties. Het is dan aan de zorgaanbieders om die gegevens en garanties al dan niet te geven en het is aan de zorgverzekeraar om dan vervolgens al dan niet een contract te sluiten.
Indien er onvoldoende marktwerking is, zal het CTG of de zorgautoriteit moeten ingrijpen. Bij een monopoliepositie zal in ziekenhuistermen de zorgaanbieder met “de billen bloot’ moeten en zal hij al zijn gegevens op tafel moeten leggen. De instelling zal dan over de kostprijs en de vergoeding  moeten onderhandelen met de Zorgautoriteit of het CTG.

In de huidige situatie heeft de overheid geen macht dan tot de voordeur van de instelling.  Omdat de overheid en zorgverzekeraars geen vinger hebben achter de werkelijke kosten, moet een instelling door deze wet een gedetailleerde administratie bij gaan houden volgens een door de overheid voorgeschreven systeem waarbij de kosten toegerekend worden aan een patiënt. Verder moet de instelling alle financiële informatie op de patiënt nauwkeurig kunnen overhandigen aan het CTG en zorgverzekeraar. Deze bureaucratisering, die buitenlandse zorgaanbieders uitsluit, is in onze ogen meer nationalisering van de zorgaanbieders in plaats van het invoeren van concurrentie. Als de CAO hoger wordt, dan zou volgens dit systeem gelijk de kostprijs evenredig hoger moeten. Indien dit systeem ingevoerd wordt, dan moet de Regering in plaats van de zorgaanbieders de CAO-onderhandelingen gaan doen. Daar zijn wij geen voorstander van. Sterker, in onze visie moet ook in het tarief de vergoeding van artsen opgenomen zijn zodat de Minister niet hoeft te onderhandelen over uurlonen van artsen en over hoe lang zij gemiddeld over een ingreep doen.
Als een instelling goede zorg biedt voor een concurrerende prijs, mag hij in onze ogen zelf weten hoe hij zijn administratie inricht. Heeft een instelling geen zin in bijvoorbeeld tijdschrijven, dan hoeft hij dat van ons niet te doen. En een instelling hoeft zeker niet al zijn bedrijfsgeheimen prijs te geven.
Vandaar dat het CDA op een amendement op artikel 2a heeft ingediend zodat in onze ogen overbodige bureaucratie voorkomen wordt.

Fraudebestrijding is de derde doelstelling van deze wet. De wet stelt dat zorgaanbieders geen foute rekeningen mogen betalen. Als een zorgaanbieder dat toch doet, wat is dan de straf? ZN zegt dat de patiënt hiervan de dupe kan worden. Als de rekening niet geheel juist is, dan mag de zorgverzekeraar niet betalen en dan krijgt de patiënt de rekening. Wat vindt de Minister van deze opmerkingen van ZN?

De grootste fraude die bij prestatiegerichte bekostiging aanwezig is, is dat de patiënt of cliënt verkeerd geïndiceerd wordt. Bij de AWBZ is de indicatie toegewezen aan de overheid. Daar speelt het dus niet. Maar bij de cure is de indicatie toegewezen aan de behandelend arts die belang heeft bij een zwaardere indicatie omdat hij dan meer geld krijgt.  Graag verneem ik van de Minister hoe hij eventuele fraude gaat voorkomen.

Tot slot, voorzitter, de gezondheidszorg heeft de naam zeer ingewikkeld te zijn. Met de modernisering van de gezondheidszorg komen nog meer wetten: de Wet HOZ, deze WTG ExPres, de WTZi, de wet op de No-Claim, de wet op de zorgautoriteit, de Wet fraudebestrijding zorgverzekeringswetten en de Zorgverzekeringswet. Er verdwijnt vooralsnog slechts één wet, de WZV. In hoeverre maken al deze nieuwe wetten de regelgeving in de zorg eenvoudiger in plaats van onoverzichtelijker? Wordt de doelstelling van minder wetten en regels in de gezondheidszorg nog gehaald? Of komt er nog een echte dereguleringsslag na deze modernisering? Graag een reactie van de Minister hierop.