rearch en consultancy
Schuldenaren hebben hulp nodig. De schuldeisers hebben recht op hun geld. Schuldeisers zijn niet alleen de postorderbedrijven of financiers die geld geleend hebben, maar zijn ook MKB-ers, bijvoorbeeld de bakker op de hoek. Schuldeisers moeten zoveel mogelijk betaald worden. De WSNP heeft aanpassing nodig. Dit kan niet wachten op de behandeling gehele faillissementswet en daarom is het CDA content dat de wetswijziging nu behandeld wordt. Ook is het CDA tevreden dat de Minister de suggesties uit de schriftelijke inbreng overgenomen heeft.
Het CDA is voorstander van voorkomen van schulden. Daarom steunt het CDA de aangekondigde en genomen maatregelen.
Ik noem er enkele:
- beperking van de kredietrente zoals mijn collega Koomen voorgesteld heeft tot 16%
- het invoeren van een centrale schuldregistratie
- het beperken van reclame voor lenen
- de verplichting van gemeenten om binnen 4 weken na een aanvraag voor WBB een voorschot te verlenen.
Kan de staatssecretaris aangeven hoe het staat met deze maatregelen?
Bij de behandeling van de Wet Financiële Dienstverlening (WFD) is op initiatief van de CDA-fractie geregeld dat de Autoriteit Financiële Markten preventief gaat toetsen op agressieve en misleidende leenreclames op tv. Indien een reclame agressief of misleidend is, zou deze niet uitgezonden mogen worden. In de praktijk blijkt nu dat deze toetsing nauwelijks plaatsvindt. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen heeft Maxime Verhagen gezegd dat indien er geen verbetering van deze toets plaatsvindt, de CDA- fractie een verbod op leenreclames op tv wil.
Kan deze minister aangeven wat hij hiervan vindt en eventueel in overleg treden met zijn collega van Financiën op dit punt?
Kan ook aangegeven worden of het Rijk gaat controleren of gemeenten inderdaad binnen 4 weken bevoorschotten en indien een gemeente dat niet doet, hoe dat afgedwongen kan worden? Het is toch absurd dat in Nederland mensen zonder loon en zonder uitkering moeten leven omdat de bureaucratie niet kan bedenken op welke uitkering men recht heeft.
In de ogen van het CDA moet budgetbegeleiding en andere begeleiding vanuit het Algemeen Maatschappelijk Werk verbeterd worden. Doordat het AMW onder de WMO komt te vallen per 1 januari as zal de controlerende taak van de gemeenteraad eenvoudiger worden. Ook de afstemming tussen het AMW dat vaak met wijkindeling werkt en de schuldsanering die op gemeentelijk niveau afspeelt, verdient aandacht. Soms betekent het AMW slechts een extra vertraging in de toegang tot schuldsanering. Als deze vertraging maanden betekent, en dat doet het in sommige gemeenten, dan is dat volgens mij onverantwoord. Niet voor niets heb ik samen met collega Verburg vragen gesteld over de wachttijden in onder meer Utrecht en Amsterdam. Graag reactie van de staatssecretaris wat de huidige stand van zaken is en wat hij op dit vlak in de toekomst gaat doen.
Schuldsanering heeft tot doel om te komen tot een schone lei. In de toelichting bij het wetsvoorstel schrijft de Minister dat wettelijke schuldsanering teveel schuldenaren kent voor wie kent voor wie een schone lei geen duurzame oplossing biedt voor hun problemen, die chronisch of veeleer psychosociaal dan financieel van aard zijn.
Uit deze laatste uitspraak kan geconcludeerd worden dat schuldenaren met chronische of psychosociale problemen niet gebaat zijn bij een schone lei. Het tegendeel is waar, de chronische of psychosociale problemen worden vaak veroorzaakt door de financiële problemen. Uitzicht op een schone lei kan (een deel van) de chronische of psychosociale problemen oplossen. Vandaar dat de CDA-fractie voorstelt dat schuldsanering niet geweigerd kan worden op uitsluitend op grond dat er sprake is van chronische, psychosociale en/of verslavingsproblematiek mits deze problematiek voldoende is omgeven door relevante hulpverlening en daarmee de nakoming van de verplichtingen voortvloeiende uit de schudsaneringsregeling zijn gewaarborgd. Deelt de Minister deze mening?
En kan de Minister verduidelijken of deze mensen volgens hem zowel van de wettelijke als van de minnelijke regeling gebruik maken ondanks dat over het ter goede trouw zijn op het moment van het maken van de schulden vraagtekens gezet kunnen worden?
Het CDA is voorstander van het vergroten van het gebruik van het minnelijke traject. Het is minder belastend voor de schuldenaar, de schuldeiser houdt meer over, de kosten van het traject zijn minder en de rechtbanken worden minder belast.
Het is dus begrijpelijk dat in sommige gemeenten zowat alles via het minnelijke traject geregeld wordt. Maar het is minder begrijpelijk dat gemiddeld meer via het wettelijke traject dan via het minnelijke traject geregeld wordt.
Kan de staatssecretaris aangeven waardoor de verschillen veroorzaakt worden?
Het CDA betreurt dat een aantal partijen niet aan het minnelijke traject willen meewerken. Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige eigenaren van woningen.
Is het mogelijk dat rechtbanken en kantongerechten ontruimingsbevelen tijdig doorgeven aan de gemeente zodat een gemeente de mogelijkheid krijgt om de schuldenaar actief te benaderen en hem eerder naar schuldhulpverlening toe te leiden?
Andere partijen die niet mee willen of kunnen werken aan het minnelijke traject zijn volgens het veld: het Centraal justitieel Incassobureau (CJIB), Justitie en gemeenten voor bijvoorbeeld boetes voor zwartrijden of parkeren.
In het wettelijk traject geldt een moratorium, een uitstel van betalingsregeling met betaling van rente voor boetes van het CJIB, gemeenten, Justitie.
Het CDA vindt dat ook in het minnelijke traject een moratorium mogelijk moet zijn, dus uitstel van betaling toe te staan net als in het wettelijke traject. Volgens pag. 59 NNVA kan het CJIB ook uitstel geven in het minnelijke traject. Echter, in de praktijk blijkt dit niet zo te werken. Een boete voor parkeren betekent nu dat iemand niet in staat wordt gesteld het minnelijke traject in te gaan en zoveel mogelijk geld terug te betalen. Dit betekent dus meer wettelijke trajecten en dus extra belasting van rechtbanken. Wil de Minister opdracht geven aan het CJIB om meer gebruik te maken van het minnelijke traject? En wil de Minister voor zover noodzakelijk eventuele termijn voor betaling van boetes aanpassen?
Ook wil het CDA een oplossing voor huur- en energie- en zorgverzekeringsschulden. Dus uitstel van de aflossing van schulden onder de voorwaarde dat wel meteen gestart wordt met betaling van huur, energie en zorgverzekeringspremie.
Graag een reactie van de Minister hierop.
Tot slot, het CDA maakt zich bezorgd over de kwaliteit bewindvoerders. De staatssecretaris geeft aan dat er mogelijk vrijwillige certificering komt naast opleiding. Dit vindt het CDA onvoldoende. Gezien de macht die bewindvoerders hebben en het feit dat ze door de overheid benoemd worden, vindt het CDA dat de overheid ook de verplichting heeft de minimale kwaliteit te garanderen. Net zoals de inspectie op de Volksgezondheid toeziet op de minimale kwaliteit van het werk van medisch specialisten en ziekenhuizen. Hoe kijkt de minister hier tegen aan?