rearch en consultancy
Het gebouw van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft stelde menig bezoeker teleur. Gewoon grijs beton zonder franje. Was dat alles?
Maar voor de studenten en ex-studenten betekende het meer. Het gebouw was namelijk precies wat nodig was. Het was ons thuis.
De ateliers werden met losse houten schotten aangepast aan het aantal studenten en wat die studenten deden. Flexibele werkplekken. Er was geen sprake van restruimte, maar alles werd gebruikt.
De ateliers vormde de thuisbasis voor menig student en met name voor afstudeerders. Voor de hoogleraren en ander personeel waren kantoren aanwezig. Ook daar leerde ik hoe het hoort. De student-assistenten waren veel meer aanwezig als de professoren. Dus hadden de profesoren Choisy, Weber, Van Eyck e.a. samen een kantoortje en kregen de student-assistenten hun ruimtes. Deze professoren hoefden hun belangrijkheid niet te bewijzen aan de hand van de grootte van hun kamer of tapijt (professoren mochten een tapijt hebben).
Het gebouw was gebouwd voor 900 studenten. Nu zijn er 3000. En toch is nu de Nederlandse architectuur internationaal beroemder dan ooit. Voor mij is dit een overtuigende reden om tegen numerus fixus te zijn. De faculteiten geneeskunde hebben zich met succes verzet tegen de vergroting van de studentenaantallen omdat dit ten koste zou gaan van de kwaliteit. Nou de artsen zijn niet beter geworden. Wat dat betreft kunnen die faculteiten een voorbeeld nemen aan bouwkunde.
Rest de vraag: wat nu? Minister Plasterk heeft steun toegezegd. Maar ook speelt de samenwerking, mogelijk het samengaan van de 3 TU's en dus de discussie over wat moet in Delft zijn en wat doen Eindhoven en Twente. Deze vraag was nooit te beantwoorden. Maar nu we moeten nieuwbouwen ligt deze vraag wel voor. Hopelijk gaan we dus net als de architecten van destijds niet slechts een gebouw maken, maar denken ze ook na over wat nodig is en wat de toekomst is.