Antoinette Vietsch| AVI research en consultancy
AVI

rearch en consultancy
AVI research en consultancy richt zich op: overheid, bouw en gezondheidszorg.

Vraagstukken waarmee AVI research en consultancy zich bezig houdt, zijn:
- wat is de huidige situatie
- wat zijn de ontwikke-lingen
- wat wordt de toekomst.
En natuurlijk ook: hoe speel ik op die ontwikkelingen in, hoe wijzig ik de toekomst.

                 Lees meer>>

Nieuwsberichten


AOW bij 65
16 oktober 2009

Nederlanders worden ouder en blijven langer gezond. De levensverwachting van een 65 jarige is sinds de introductie van de AOW in 1957 met gemiddeld meer dan 4 jaar gestegen en bedraagt nu bijna 19 jaar. Het rookverbod zal dit mogelijk met nog eens 2 jaar extra verlengen.
De oplossing die voorzien was bij de verkiezingen, was het aflossen staatsschuld. Daardoor dalen de rentelasten en sparen we in feite voor onze oude dag.
 
De economische crisis maakt aflossen van de staatsschuld onmogelijk. De economie krimpt dit jaar met 4,7%, een na-oorlogs dieptepunt. Deze crisis kost geld, ook omdat de we de WW-uitkeringen en de bijstanduitkeringen ongemoeid willen laten. Mensen die hun baan verliezen betalen al een hoge prijs. Het aantal werklozen verdubbelt wel in twee jaar tijd. Daarom wordt ingezet op de bestijding van jeugdwerkloosheid, deeltijd-WW en worden extra investeringen gedaan door de overheid om mensen aan het werk te houden.

 

Bij het crisisakkoord (maart 2009) is afgesproken om de AOW-leeftijd te verhogen tot 67 jaar. De SER heeft tot 1 oktober de tijd gekregen om alternatieven aan te dragen, maar is hierin niet geslaagd. De verhoging van de AOW-leeftijd is een grote ingreep die iedereen raakt. Door deze stap tijdig te nemen en helder te communiceren, wordt deze hervorming op een eerlijke, sociale en verantwoorde manier vormgegeven.

De AOW-leeftijd gaat volgens het kabinetsbesluit in twee stappen omhoog. Op 1 januari 2020 gaat de AOW-leeftijd naar 66 jaar en op 1 januari 2025 gaat de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Dit betekent dus het volgende:
- geboren voor 1955, ofwel op 1 januari 2010 55 jaar of ouder: AOW bij 65
- geboren 1955-1959, ofwel op 1 januari 2010 50 tot 54 jaar: AOW bij 66
- geboren in 1960 of later, ofwel 49 jaar of jonger op 1 januiari 2010: AOW bij 67 jaar.

Niet alle beroepen kun je eenvoudig 40 of 45 jaar uitoefenen. Daarom is er een aparte inzet voor duurzame inzetbaarheid bij zwaar werk. Er komt een verandering in de ARBO-wetgeving, die erop gericht is dat werkgevers en werknemers zich gezamenlijk inzetten voor een duurzaam loopbaanbeleid. Er komt er een zware beroepenregeling, bestaande uit een wettelijke stimulans en prikkel om bij zwaar werk tijdig (binnen 30 jaar) een passend aanbod te doen aan de werknemer met zwaar werk. Blijft de werkgever in gebreke dan dient de werkgever een bijdrage te doen in een aparte faciliteit zodat de werknemer eerder kan stoppen met werken.

Ook wordt er scherp gelet op de mogelijkheden van mensen tussen de 45 en 65 op de arbeidsmarkt. Naast het stimuleren van werkgevers en werknemers bestaat dit uit extra impulsen voor scholing en het tegengaan van leeftijdsdiscriminatie. Het moet ook voor de oudere werknemer gewoner worden om van baan te veranderen.

Doorwerken wordt sinds 1 januari 2008 en 2009 extra fiscaal gestimuleerd. Zowel werkgevers als werknemers krijgen een extra bonus bij doorwerken. Die bestaat op dit moment uit:
• Een werkgever krijgt drie jaar lang  €6000 netto premiekorting als hij een werkloze 50+er in dienst neemt
• Een werkgever krijgt drie jaar lang €2750 netto premiekorting als hij een 62-jarige in dienst houdt
• Een werknemer krijgt vanaf zijn 57e tot zijn 65e een verhoogde arbeidskorting. Die verhoging loopt op tot netto €750 per jaar voor een 62-jarige werknemer
• Een werknemer krijgt vanaf zijn 62e de doorwerkbonus, die oploopt tot 10% van het inkomen boven €8500 en netto tot €4500 oploopt.

Voor werknemers met een laag  en middeninkomen, die tussen de 62 en 67 jaar zijn komt er een extra stimulans om door te werken in de vorm van een extra arbeidskorting. Zo houden zij extra geld over als zij blijven doorwerken en kunnen zij dat geld eventueel benutten voor hun eigen pensioen.

Een aantal van deze maatregelen zijn niet helemaal nieuw, maar een versterking van het beleid. Sinds het museumpleinakkoord is de arbeidsdeelname van ouderen fors gestegen, zowel in goede economische tijden (2007-2008) als slechte economische tijden (2003).

De sociale verzekeringen voor werkloosheid, ziekte en  arbeidsongeschiktheid lopen straks allemaal door tot de AOW-leeftijd, dus tot 67 jaar. Hetzelfde geldt natuurlijk voor een heel aantal andere wetten. Zo zal het ontslag vanwege leeftijd gekoppeld blijven aan de AOW leeftijd. Maar langer vrijwilliger doorwerken bij dezelfde of een andere werkgever zal wel gemakkelijker er gewoner worden.

Voor mensen met een fors arbeidsverleden, die hebben doorgewerkt tot 65 jaar komt er de mogelijkheid om alvast AOW te krijgen op deze leeftijd. Natuurlijk is de AOW lager, als je eerder AOW aanvraagt: er vindt een actuariële korting plaats om de AOW rechten van ongeveer 7,5% tot 8% per jaar. Omdat je eerder en langer AOW krijgt, krijg je een lagere uitkering. Zo blijft er een forse prikkel aanwezig om door te werken tot leeftijd 67.

Je mag in 2020 alleen een vroegere AOW aanvragen als je in de 15 jaar voorafgaand aan de AOW-leeftijd gewerkt hebt. Werken betekent gemiddeld ten minste 3 dagen per week werk. Die periode loopt langzaam op tot 42 jaar in 2047.
Graag zouden we dit sneller laten oplopen, maar we hebben in Nederland geen administratie van wie wanneer hoeveel uren gewerkt heeft. Pas sinds kort hebben we daarvoor een polisadministratie bij de Belastingdienst en het UWV. En verder is ook deze regeling een forse prikkel om aan het werk te blijven tot je 64e of 65e jaar.

Tot slot mag er door je eigen keuze om eerder te stoppen geen beroep gedaan worden op voorzieningen zoals de bijstand. Dat is een vereiste om gebruik te mogen maken van de regeling.

Voor lagere inkomens is de flex-AOW toegankelijk omdat zij in de laatste jaren voor hun AOW een hogere inkomensafhankelijke arbeidskorting krijgen, die eerder is genoemd. Dit is gewoon een forse korting op de inkomstenbelasting van oudere werknemers.

Er komt niet alleen flexibiliteit naar voren in de AOW, maar je kunt in de toekomst ook later met AOW gaan en een hogere AOW krijgen. Je kunt de AOW uiteindelijk ook pas op je 72e levensjaar laten ingaan.

De sociale partner zijn verantwoordelijk voor de aanvullende pensioenen. Het bestaande fiscale kader voor de opbouw van pensioenen (het zogenaamde ‘Witteveenkader’) blijft gewoon in stand, zij het dat alle leeftijden 2 jaar opschuiven.

De pensioenpremies zullen vanaf 2020 zo worden gebaseerd op de leeftijd van 67 jaar. Dat betekent dat er twee jaar langer pensioen wordt opgebouwd en het maximum opbouwpercentage een stukje daalt (van 2,25% naar 2,15% voor middelloonregelingen). Ook dalen de premies dan omdat je pensioen opbouwt voor een kortere periode. Deze aanpassing gebeurt in één grote stap, omdat bijna alle pensioenregelingen zullen veranderen elke keer dat je het kader aanpast. Je kunt het dus het beste in één keer doen.

Hoewel het wat beter gaat met de pensioenfondsen, zijn ze zeker nog niet helemaal hersteld. Het is dan ook de bedoeling dat de vrijvallende premies ingezet zullen worden om het pensioenkader robuuster te maken, de dekkingsgraden te herstellen en voor een spoedige terugkeer naar indexatie.

Het blijft voor pensioenfondsen mogelijk om mensen een 42-deelnemersjaren-pensioen toe te kennen. Hiermee kunnen de sociale partners binnen sectoren of binnen bedrijven er zelf voor zorg dragen dat mensen met een lange arbeids-deelname eerder kunnen stoppen.

Er zullen oudere werknemers blijven die in het zicht van de eindstreep tegen hun zin werkloos raken en er niet in slagen om weer aan de slag te komen. Voor deze mensen zijn er sociale voorzieningen en komt er een extra voorziening:
Vanaf 2020 komt er een nieuwe IOW. Dit is een uitkering voor mensen die op of na hun 65e geen recht meer hebben op een WW of recht hebben op een vervolg-WGA uitkering. De hoogte van deze uitkeringen ligt tussen 65 en 67 rond AOW-niveau. Daarbij geldt in deze regeling, in tegenstelling tot in de bijstand, vrijstelling van vermogen (hierdoor hoef je bijvoorbeeld je eigen huis niet op te eten). Verder wordt het inkomen van je partner niet gekort op de uitkering.

Om participatie aantrekkelijker te maken voor deze groep, die tijdens de WW jarenlang geprobeerd heeft aan de slag te komen, wordt de vrijwilligersvergoeding niet in mindering gebracht op de uitkering. Dit geldt ook voor IOAW en IOAZ, voorzieningen die gewoon worden gecontinueerd en doorlopen tot de nieuwe AOW-leeftijd. Ook mogen mensen met een IOW-uitkering een groter deel van hun bijverdiensten houden.

Samengevat: Iedereen die beneden het bestaansminimum komt, kan gebruik maken van de regeling van bijstand. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
- je moet eerst je eigen vermogen opeten
- Je krijgt geen bijstand als je partner voldoende inkomen heeft
- je mag maar een deel van een vrijwilligersvergoeding houden
- je mag maar zeer beperkt bijverdienen.

Er komt IAOW als je na je 50e werkloos wordt en recht heb op minimaal 4 maanden WW uitkering. Verder is er IAOW voor een beperkt groep, die op latere leeftijd vanuit de WGA worden goedgekeurd. Ook is er IAOW voor zelfstandigen. Daarbij gelden wel de volgende voorwaarden:
- de uitkering is op het bijstandsniveau
- het eigen huis hoeft niet opgegeten te worden
- je krijgt geen IOAW/IOAZ als je partner voldoende inkomen heeft
- je mag in de toekomst een vrijwilligersvergoeding (max. €1500 per jaar) houden.

Mensen komen na 2020 in aanmerling voor IOW indien ze op hun 65 WW-uitkering hebben die voor hun 67e afloopt. Ze krijgen dan na 65 een WGA-vervolguitkering, die beneden het bijstandsniveau ligt. Daarbij geldt:
- de uitkering is iets boven het bijstandsniveau
- je hoeft je eigen huis niet op te eten en inkomen van je partner wordt niet gekort (indien je partner helemaal geen inkomen heeft, krijg je een toeslag)
- je mag een vrijwilligers-vergoeding (max. €1500 per jaar) houden.


Tot slot: de wetgeving. De wetgeving ter verhoging van de AOW-leeftijd en een aantal hier genoemde onderwerpen is op vrijdag 16 oktober door de ministerraad geaccordeerd. De Raad van State zal gevraagd worden een spoedig advies uit te brengen, zodat de wet spoedig behandeld kan worden in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.
De invoeringswet, die er bijvoorbeeld voor zorgt dat alle sociale zekerheid een aantal jaren opschuift, evenals vele andere wetten die de leeftijdsgrens van 65 kennen (denk aan huurtoeslag, wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, eigen bijdragen AWBZ), zal op een iets later tijdstip volgen. Hiervoor is natuurlijk ook de tijd, aangezien de hervorming in 2020 ingaat.