Antoinette Vietsch| AVI research en consultancy
AVI

rearch en consultancy
AVI research en consultancy richt zich op: overheid, bouw en gezondheidszorg.

Vraagstukken waarmee AVI research en consultancy zich bezig houdt, zijn:
- wat is de huidige situatie
- wat zijn de ontwikke-lingen
- wat wordt de toekomst.
En natuurlijk ook: hoe speel ik op die ontwikkelingen in, hoe wijzig ik de toekomst.

                 Lees meer>>

Kinder- en slavenarbeid bij de winning van natuursteen


Schriftelijke vragen van de leden Koopmans en Vietsch (beiden CDA) aan de ministers van V&W en VROM, augustus 2007 met antwoorden van september 2007

1 Heeft u kennisgenomen van het artikel “De echte kosten van goedkoop Aziatisch natuursteen” in Stedelijk Interieur over kinder- of slavenarbeid bij het winnen van de in Nederland door gemeenten gebruikte natuursteen? 1)

Antwoord
Ja.

2 Worden bij de aanbesteding van Rijksinfraprojecten en bij de aanbesteding door de Rijksgebouwendienst eisen gesteld met betrekking tot de duurzaamheid van de gebruikte materialen conform de motie Koopmans/ de Krom2)?

Antwoord
Aan duurzaamheidcriteria voor infrastructuur- en bouwprojecten wordt momenteel in het kader van de uitvoering van de motie Koopmans/De Krom hard gewerkt (zie vraag 4). De verwachting is dat deze criteria er medio 2008 zullen zijn.
Tot die tijd wordt er zowel door Rijkswaterstaat als de Rijksgebouwendienst aan duurzaamheid bij Grond-, weg- en waterbouw- en Utiliteitsbouwprojecten invulling gegeven door gebruik te maken van de huidig beschikbare instrumenten. Onder andere door:
• in alle aanbestedingen te eisen dat toegepast hout, voor zover beschikbaar, voldoet aan de vigerende minimumeisen voor duurzaam hout (Kamerstuk II, 1996-1997, 25273 nr.1);
• duurzaamheideisen aan materialen te stellen zoals die zijn opgenomen in de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen;
• de duurzaamheideffecten van de materialen mee te wegen in LCA instrumenten zoals DuboCalc en Greencalc+. Dit laatste instrument geeft  bijvoorbeeld een gebouw een duurzaamheidscore op basis van onderliggende informatie over de meest recente inzichten omtrent milieueffecten. Het instrument wordt gebruikt om de weging van duurzaamheidaspecten bij de realisering van het gebouw transparant te maken.
Specifiek voor natuursteen worden zowel door Rijkswaterstaat als door de Rijksgebouwendienst (of haar opdrachtgevers) geen aparte duurzaamheideisen, zoals over het tegengaan van kinder- en slavenarbeid, gesteld. Overigens lijkt de omvang van het gebruik van natuursteen uit niet-Europese landen in infrastructuurprojecten van het Rijk te verwaarlozen.
Rijkswaterstaat en de Rijksgebouwendienst laten door het stellen van functionele eisen een opdrachtnemer steeds meer vrij in de manier van realiseren van een project, waaronder de materiaalkeuze. Bij het opstellen van criteria voor duurzaam inkopen wordt bezien op welke wijze duurzaamheid binnen deze werkwijze kan worden geborgd. Conform de door u genoemde motie zullen deze, door de gezamenlijke overheden vast te stellen, criteria uiterlijk in 2010 door de genoemde overheidsopdrachtgevers worden toegepast.

 
3 Worden er ook eisen gesteld aan de te gebruiken materialen voor wat betreft de sociale omstandigheden waaronder deze geproduceerd worden (onder andere het voorkomen van kinder- en slavenarbeid, conform de internationale eisen van de Internationale Arbeidsorganisatie?

Antwoord
Op dit moment worden geen eisen gesteld voor wat betreft de sociale omstandigheden waaronder bouwmaterialen worden geproduceerd, behalve voor zover deze zijn opgenomen in de eerdergenoemde minimumeisen voor duurzaam hout. Ook hiervoor geldt dat zowel Rijkswaterstaat als de Rijksgebouwendienst de in ontwikkeling zijnde criteria voor duurzaam inkopen zullen gaan toepassen.

4 Bent u bereid om voor alle projecten hiervoor eisen te formuleren?

Antwoord
Ja. Uiteraard delen wij uw politieke wens dat kinderarbeid en slavenarbeid uitgebannen zouden moeten worden. Helaas is de praktijk weerbarstig, zoals ook blijkt uit het artikel waar u naar verwijst.
Naar aanleiding van de motie Koopmans/ De Krom (Kamerstuk II, 2004-2005, 29 800 XI, nr.130) worden op dit moment criteria geformuleerd voor alle inkopen van de overheden. Het betreft eisen voor zowel milieu als sociale aspecten. Het belang hiervan is door het kabinet bevestigd door opname van actie 21 in haar Beleidsprogramma 2007-2011, onder de doelstelling Ontwikkeling van Markten voor Duurzame Producten. Op dit moment wordt hier nader invulling aan gegeven, in het verlengde van hetgeen ik u per brief van 16 april jl. heb laten weten (Kamerstuk II, 2006-2007, 30196, nr. 14).
De criteria zullen worden geformuleerd ten behoeve van productgroepen, zoals bouw en wegennet, waarin meerdere concrete producten worden geaggregeerd. De criteria zullen vooral aangrijpen op de meest relevante duurzaamheidaspecten per productgroep, om per aanbesteding zo efficiënt mogelijk duurzaamheidwinst te boeken. Het zal dus zo zijn dat niet voor alle materialen in alle producten eisen worden geformuleerd.
Omdat in de bouw en de grond-, weg- en waterbouw veel verschillende materialen worden gebruikt, wordt momenteel overwogen om ter invulling van de criteria gebruik te maken van zogenaamde indexmethoden. In zulke methoden wordt een groot aantal verschillende duurzaamheidsaspecten op één noemer gebracht. In het ontwerp van een gebouw of een infrastructuurproject bestaat vervolgens de vrijheid om maatregelen, waaronder de materiaalsoorten, te kiezen die gezamenlijk leiden tot de vereiste duurzaamheidscore. Binnen deze methode geldt per aspect het wettelijke niveau – indien aanwezig – uiteraard als ondergrens. Er wordt momenteel bezien hoe duurzaamheidaspecten die in Nederland niet wettelijk afdwingbaar zijn, kunnen worden geborgd
Voor de sociale kant van duurzaamheid, waaronder de sociale omstandigheden waaronder materialen worden geproduceerd, is beleidsmatig vastgesteld welke aspecten voor duurzaam inkopen relevant zijn. Het betreft kort gezegd arbeidsomstandigheden (waarbij wordt uitgegaan van de normen van de Internationale Arbeidsorganisatie), lokale minimumstandaarden zoals wetgeving, eerlijke handel, leefomstandigheden van de lokale bevolking (denk aan landgebruiksrechten) en sociale beleidsdoelen in Nederland zoals arbeidsparticipatie van kwetsbare groepen. Op dit moment wordt onderzocht hoe deze aspecten juridisch in aanbestedingen kunnen worden opgenomen. Daarbij wordt tevens beoordeeld of en hoe het stellen van dergelijke criteria effectief tot duurzame inkopen zal kunnen leiden. Het gaat daarbij om uiteenlopende zaken als ketenverantwoordelijkheid, WTO-regels, beschikbaarheid in de markt, controle en uitvoerbaarheid voor de inkoper. Voor zover mogelijk wordt daartoe aangesloten bij bestaande controle- en verbeterinitiatieven zoals keurmerken. In dit kader vindt overleg plaats met alle relevante stakeholders, waaronder leden van de in het artikel genoemde Werkgroep Duurzame Natuursteen.
De resulterende criteria zullen soms niet zo strikt zijn als we idealiter wensen, maar zullen binnen het geschetste speelveld zo ambitieus mogelijk zijn.

5 Bent u bereid om met andere overheden in overleg te treden ter voorkoming van het gebruik van niet duurzaam geproduceerde materialen?

Antwoord
De criteria voor duurzaam inkopen worden opgesteld in samenwerking met alle overheden. Het Rijk heeft tot doel om in 2010 voor 100% duurzaam in te kopen. De andere overheden hebben in 2006 uitgesproken dat zij in 2010 in ieder geval 50% willen bereiken. Ik ben momenteel met hen in gesprek over het tijdpad waarlangs ook zij tot 100% kunnen komen. Daarnaast zijn er activiteiten in voorbereiding om bestuurders en ambtenaren te informeren over het belang van duurzaam inkopen en hoe daar uitvoering aan kan worden gegeven. Overigens wordt ook gewerkt aan communicatie richting het bedrijfsleven. Wel wil ik benadrukken dat elke overheid zelf verantwoordelijk blijft voor het behalen van resultaten en daar door de volksvertegenwoordigers en de maatschappij op kan worden aangesproken. Voorzien is om u begin 2009 de resultaten van de volgende landelijke monitor over duurzaam inkopen te zenden. De meest recente rapportage heeft u ontvangen bij mijn eerdergenoemde brief van 16 april jl.
De in deze brief beschreven activiteiten komen uiteraard boven op de inspanningen die het kabinet zich in internationaal verband, zoals in de Internationale Arbeidsorganisatie, getroost om te komen tot verbeteringen van de sociale productie-omstandigheden wereldwijd.

1)  “De echte kosten van goedkoop Aziatisch natuursteen” in: Stedelijk Interieur (augustus 2007), p. 14-20.
2) Kamerstuk 29 800 XI, nr.130