Antoinette Vietsch| AVI research en consultancy
AVI

rearch en consultancy
AVI research en consultancy richt zich op: overheid, bouw en gezondheidszorg.

Vraagstukken waarmee AVI research en consultancy zich bezig houdt, zijn:
- wat is de huidige situatie
- wat zijn de ontwikke-lingen
- wat wordt de toekomst.
En natuurlijk ook: hoe speel ik op die ontwikkelingen in, hoe wijzig ik de toekomst.

                 Lees meer>>

Geen architectuur, maar wel erg duur!


Intercom
Najaar 2004

Mijn eerste bewuste herinneringen aan Utrecht betreffen een bezoek tijdens mijn studie in Delft aan het net opgeleverde Muziekcentrum Vredenburg in het kader van het projectencollege van prof. Herman Hertzberger.
Dit gebouw werd toen gezien als een nieuw kunstwerk. De goede akoestiek in de grote zaal was bijzaak. Het ging om de menselijke maat en de relatie van binnen naar buiten. Dat laatste zag de architect niet alleen voor zich door het daglicht in de grote zaal (dat is echt uniek), maar hij dacht dat bij bijvoorbeeld gratis lunchconcerten mensen zomaar door het gebouw heen zouden kunnen lopen omdat dan alle ingangen open konden. En natuurlijk ’s avonds moesten de mensen die rondlopen in de foyer goed te zien vanaf de straat. De vrije toegankelijkheid was natuurlijk veel te idealistisch. Niemand hield rekening met zwervers, laat staan met drugsverslaafden. Maar het licht en zicht zijn inderdaad fantastisch. Het Muziekcentrum is ’s avonds geen grijs gebouw maar straalt levensvreugde uit.
Het Muziekcentrum had destijds slechts een kanttekening: de sloop van het hoofdkantoor van de levensverzekeringsmaatschappij “De Utrecht”. Hertz-berger heeft getracht de historie in het gebouw te verwerken door elementen van “De Utrecht” op te nemen in de gevel. Die zie je nog zitten bij de ingang van het voormalige VVV-kantoor. Maar ook de fundamenten van het oude kasteel waren bepalend voor de vorm. De dikke muren zijn niet opgeblazen maar zijn bepalend geworden wat plein is en wat binnen kon zijn. De hoogte van het Muziekcentrum is bepaald door de resterende huizen op het plein Vredenburg. Het Muziekcentrum vormt inderdaad een overgang tussen Hoog Catharijne en de binnenstad. De “citaten” beperken zich niet alleen tot de Jugendstil van “De Utrecht”: het glazen afdakje is regelrecht geciteerd van de oude Parijse metro-ingangen, de passages uit Parijs van die periode zien we ook terug en de spiegels achter het buffet in de foyer komen zo van een schilderij van de impressionisten. Het Muziekcentrum is ook een van de weinige moderne gebouwen waar de architect niet alleen het gebouw ontwierp maar ook de inrichting inclusief de lampen. In die zin past het geheel in de oude architectuurlijn. Het Muziekcentrum is dus eigenlijk neo-Jugenstil en is daarom een passende opvolger voor de plek van “De Utrecht”. Maar laten we eerlijk zijn: het Muziekcentrum heeft een nadeel. Omdat de architect een vrije kleine man is, is het ontwerp niet afgestemd op lange mensen. De beenruimte is beperkt. Daar is helaas weinig aan te doen zonder sloop.
Nu lijk ik als een echte architect wellicht aan het doordraven, maar ik citeer graag uit de architectuurgids: Modern Architecture in Europe: Hetzberger believes that lives is complex and ever changing, architecture must be able to accommodate - and reflect - that complexity. It is significant, then, that in this intriguing, difficult building one does feel something peculiarly resonant of the contradictions between constraining orderliness and almost anarchic vitality that characterizes twentieth-centuary Dutch society. The structural system and detailing are carefully through and through and highly systematic. Yet the materials are prosaic, sometimes insubstantial, and, in the case of the concrete blocks, almost guaranteed to weather gracelessly. En zo gaat het verder.
Niet alleen vanwege de sloop van mooie gebouwen zoals “De Utrecht” of de demping van de Catharijnesingel is de gemeente Utrecht beroemd om zijn klunzige architectuurbeleid. Elke student leert zijn afschuw van Welstand-commissies door het voorbeeld dat Rietveld slechts bouwtoestemming kreeg doordat hij het Rietveld-Schröderhuis zo tekende dat het leek of het dak van het buurhuis op zijn ontwerp zat. En nu lijkt Utrecht weer een nieuw voorbeeld aan de lijst toe te voegen: de verminking van het Muziekcentrum. Weliswaar door dezelfde architect maar er zijn meer kunstenaars die je niet hun jeugd-werken laat overschilderen. Alles wat bijzonder aan het gebouw is, wordt gesloopt. Er wordt een grote blokkendoos à la de Rotterdamse Kunsthal over de grote zaal heen gezet. Het grijze gebouw wordt vervangen door een donkere doos. Er is slechts een verschil: de doos wordt heel erg hoog: 70 m, ofwel ruim 20 normale verdiepingen. Natuurlijk blijven er wel twee onuitwisbare herinne-ring aan het oude gebouw over: de beenmaat en de extra kosten die gepaard gaan met het behouden van het betonskelet van een zaal met een verkeerde maat. Kan iemand mij uitleggen waarom Utrecht de architectuur sloopt en zoveel extra geld uitgeeft voor het behouden van een herinnering aan vroeger? Of behoudt architectuur en behoudt dan het wezen van het Muziekcentrum of sloop het geheel en bouw dan een goed Muziekcentrum terug. En als dat slechts kan met een hoogbouw van 70 m, denk dan eens aan een andere locatie. Het huidige compromis is het slechtst denkbare: het een vereniging van de nadelen: geen architectuur, maar wel extra kosten. En lekker zitten, zal de zaal ook niet na renovatie doen: de beenruimte blijft te klein.

Antoinette Vietsch, architect BNA