rearch en consultancy
In de jaren ’50 en ’60 werden de problemen aangepakt door de bouw van nieuwe woningen en werden oude wijken gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Door de bouw van bejaardenhuizen waarin ouderen zorgeloos konden gaan wonen, kwamen woningen vrij voor de nieuwe generatie.
De inspraak uit de jaren ’70 zorgde voor weerstand tegen sloop. Mensen waren bang dat de belofte dat ze terug konden komen in “hun” wijk niet waarge-maakt zou worden. Zij wilden naast hun buren blijven wonen. Zij waren ook bang voor grote huurverhogingen. Dit leidde tot grote stadsvernieuwings-projecten waarbij woningen gerenoveerd werden. Functionele en technische kwaliteiten speelden geen rol. Slechts bij zeer slechte funderingen werd sloop nog toegestaan. Daardoor werd ook geld geïnvesteerd in woningen die beter gesloopt hadden kunnen worden.
De laatste jaren is de bouw met name beperkt tot de groeisteden en de grote Vinex-locaties. De tijd van experimenten is over: geen tweede Bijlmermeer en zelfs geen kubus- of bolwoningen meer. Nederlanders willen het liefst een huis met een schuin dak, een doorzonkamer en een tuintje. Dus werden overal rijtjes huizen gebouwd met een voortuin van circa 5 m en een achtertuin van 10 m. De binnensteden werden met rust gelaten. Gesloopte plekken, bleven leeg.
Thans loopt de bouw in de Vinex-wijken achter. Het Ministerie van VROM constateert een woningnood van 170.000 woningen. Jonge starters op de woningmarkt nemen geen genoegen meer met een Van Dam-eenheid of een premie A-woning. Zij willen een echt huis. Gezinnen vallen uiteen. Beide ouders moeten de kinderen te logeren kunnen hebben en alle kinderen moeten een eigen kamer hebben. Ouderen willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. In hun jeugd moesten ze verhuizen omdat hun ouders bij een nieuw huis een week huur kregen en nieuw behang. Nu zijn het oude bomen die je vooral niet moet verpoten. Zij hebben het recht om thuis te blijven wonen en thuis is het huis waar zij hun kinderen in opgevoed hebben. Ook als dat betekent dat ze met de traplift naar de bovenverdieping moeten of dat een woning uitgebouwd moet worden zodat er een slaapkamer en badkamer op de begane grond komt en de bovenverdieping op slot gaat. De overheid on-dersteunt dit model: als mensen thuis wonen in plaats van in een verzor-gingshuis komen de woonlasten niet op rekening van de zorg.
Sommige ouderen kiezen niet voor dit model en willen een beschermde woonomgeving. Natuurlijk nemen we niet meer genoegen met een verzor-gingsappartement. Hoewel die in rap tempo gegroeid zijn naar 45 m2 per persoon, moet gekozen worden voor scheiden wonen zorg en voor een echt appartement. Het laatste complex dat ik bezocht, had woningen tussen de 75 m2 en 135 m2. De voormalig verzorgingshuisdirecteur wees erop dat de Tweede Kamer toch wat moest doen aan de zeer kleine oppervlaktes van deze appartementen.
Naast de toenemende oppervlakte-eisen, zijn ook de technische eisen opge-schroefd. En dan doel ik niet op in Nederland normale zaken zoals overal stopcontacten en centrale verwarming. Dat vinden we normaal. Ik merk pas dat dat niet normaal is als ik bij vrienden in Engeland ga logeren en mijn truien toch wel erg dun blijken. Nee, ik doel op de toenemende eisen vanuit het milieu en vanuit het oogpunt dat iedereen in mijn huis moet kunnen wonen. Daarom moet de trap in mijn huis niet te stijl zijn en mag hij geen draai hebben. Het Bouwbesluit heeft bouwen er niet eenvoudiger, noch goedkoper op gemaakt. Het doel dat 30% van de woningen door de toekomsti-ge bewoner zelf gebouwd wordt, kan vergeten worden. Dan moet de deregule-ring echt veel verder.
Natuurlijk, iedereen in Nederland heeft recht op huisvesting en inderdaad wil iedereen het liefst in een villa wonen. Maar helaas moeten we de tering naar de nering zetten en dat geldt ook voor de woningbouw. Dat betekent dat we de huursubsidies niet eindeloos omhoog moeten gooien. Inkomens afhankelijke huur is natuurlijk hetzelfde als verkapte huursubsidie. Het tegenargument is dat mensen met een hoog inkomen niet in goedkope huizen moeten wonen. Maar door die mengeling van inkomens wordt gettovorming voorkomen en wordt de sociale cohesie in een wijk versterkt. Echter, sociale cohesie schijn je in de discussie over woningbouw slechts te mogen gebruiken in samenhang met het terugkeerbeleid van de oorspronkelijke bewoners naar hun wijk bij vervangende nieuwbouw en bij de uitbreidingsmogelijkheden van dorpen in het groen.
Is er nu echt woningnood? Of is er slechts discrepantie tussen vraag en aanbod? Niemand heeft het recht op een eigen woning in de stad, zo niet de wijk waar hij wil wonen tegen slechts de prijs die hij wil betalen. We moeten onze eisen een beetje terugschroeven.
dr.ir. C. Antoinette Vietsch, arch. BNA
Lid Tweede Kamer, CDA-fractie