De Rijksbegroting voor 2004 brengt niet dan ellende, dat is het beeld dat leeft. Daarom is het verheugend dat die begroting in ieder geval voor de bouw nog niet zo gek is. Woon-werkverkeer gaat beschouwd worden als werkverkeer, er komt geen tolheffing op de wegen, procedures worden vereenvoudigd zodat onder meer de bouwproductie van woningen niet langer vertraagd wordt, er is geld vrijgemaakt voor onderhoud van wegen, spoor en sluizen, er komt geen bouwstop in de gezondheidszorg en het platteland is niet langer op slot. Kortom: goed nieuws voor de (klussende) bouwvakkers.
Het aantal regels zal worden verminderd: het Ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) zal binnenkort een lijst publiceren van regels en wetten die aangepakt gaan worden. Aan de regels en wetten die nodig zijn, zal men zich moeten gaan houden: het gedogen is over. Er is E 74 mln. uitgetrokken om de handhaving te verbeteren. Ook belooft de minister dat de overheid genezen wordt van de regelreflex: niet langer zal ieder nieuw probleem opgelost worden met nieuwe regels en nieuwe wetten. Er komen zelfs aanjaagteams die hindernissen moeten wegnemen zodat de woning-bouwproductie weer op peil komt. Het lijkt mij goed dat die aanjagers gaan kijken welke knelpunten van het Bouwbesluit door de bouwwereld gemeld zijn bij TNO en ervoor zorgen dat de voorgestelde oplossingen eindelijk formeel bekrachtigd worden door het ministerie: op niet-formele oplossingen, sugges-ties en toezeggingen kan men niet bouwen. Wellicht kan daarbij het voorstel van de CDA-fractie gebruikt worden: geen bezwaar of afhandeling binnen een formele termijn, automatische goedkeuring.
Het enthousiasme voor de bouw lijkt bij het Ministerie van VROM zelfs door te schieten: was de Rijksgebouwendienst een voorbeeld van een betrouwbare projectontwikkelaar die na veel gebruikersoverleg praktische, goedkope en goed verkoopbare gebouwen realiseerde, nu wil men architectonische hoog-standjes. Zou dat het gevolg zijn van het uitzicht uit het Ministerie van VROM op gebouwen van de beroemde Amerikaanse architecten Richard Meier (stadhuis) en Michael Graves (Ministerie van VWS)? Gelukkig is de Tweede Kamer kritischer geworden op het gebied van meerwerk. Dat zal nodig zijn.
Bij het bekijken waar het geld naartoe gaat, blijkt dat de V van Volkshuisves-ting terecht voorop staat in de naam van het ministerie: E 1,6 miljard, de helft van het budget van het ministerie gaat op aan huursubsidie. Dat is dus ca. E 100 per Nederlander! Voor de stadsvernieuwing in de 56 aandachtswijken – een nieuw woord voor achterstandswijk – is ook geld beschikbaar: E 626 mln. ofwel E 11 mln. gemiddeld per wijk. De Nederlander betaalt dus gemiddeld E 39 per jaar aan stadsvernieuwing. Daarnaast zouden ook de woningbouwcor-poraties moeten bijdragen aan de stadsvernieuwing. Als ik zeggenschap in zo’n woningbouwcorporatie had, zou ik dat doen op voorwaarde dat dat de politiek mijn wijk niet langer zou stigmatisering als plek waar het mis is. Wie durft bijvoorbeeld nog in de door Wouter Bos veel genoemde wijk Kanalenei-land in Utrecht te lopen? Terwijl als ik hier mijn raam uitkijk, zie ik geen ellende. Beste Wouter, hou op met het verminderen van de waarde van onze huizen.
Het Ministerie van VROM vindt het bedrag aan huursubsidie ook veel, dus wordt er gekort op deze post: 5% in 2004 tot 13% in 2007. Elke Nederlander betaalt dan gemiddeld slechts zo’n E 95, c.q. E87 per jaar aan de pot huursubsidie. Huursubsidie is belangrijk om mensen goede huisvesting te bieden. Maar bij dit soort bedragen moet ik denken aan mijn studietijd waarin wij ons afvroegen waarom Nederlanders bereid zijn veel geld uit te geven aan krak-kemikkige auto’s maar het normaal vinden dat ze “bijna gratis” kunnen wonen in specifiek voor hen ontworpen woningen. Ik heb het antwoord nog steeds niet gevonden.
dr.ir. C. Antoinette Vietsch, arch. BNA
Lid Tweede Kamer, CDA-fractie