Antoinette Vietsch| AVI research en consultancy
AVI

rearch en consultancy
AVI research en consultancy richt zich op: overheid, bouw en gezondheidszorg.

Vraagstukken waarmee AVI research en consultancy zich bezig houdt, zijn:
- wat is de huidige situatie
- wat zijn de ontwikke-lingen
- wat wordt de toekomst.
En natuurlijk ook: hoe speel ik op die ontwikkelingen in, hoe wijzig ik de toekomst.

                 Lees meer>>

De wereld van governance


Farmacie en zorg
27 januari 2012

Duidelijk is dat de ontwikkelingen rond governance niet ten einde zijn. Zeker niet als zorginstellingen opschalen en de taak van toezichthouders anders ingevuld moet worden. Hieronder vindt u mijn opinie over governance in de zorg tot nu toe.

In het verleden lag de verantwoordelijkheid voor een zorginstelling bij een kerkleider, een gemeenteraad, of een aantal notabelen. Zo kan ik me nog herinneren dat bij een bouwaanvraag de bisschop een brief met lakzegel stuurde waarin hij instemde met de plannen. En ook kan ik me nog goed de plaatselijke slager uit een stadje met een ziekenhuis herinneren die om ambtenaren te vertellen dat ze echt nieuwbouw nodig hadden, zich in zijn beste pak gehesen had. En een van de laatste gemeenteraden die nog een paar miljoen aan hun ziekenhuis gaf en waarin een gemeenteraadslid min of meer q.q. zat, was de geboorteplaats Vlaardingen.

Redelijk geruisloos is deze bestuursvorm overgezet in een model Raad van Toezicht Raad van Bestuur, zoals ook in de WTZi gevraagd wordt. Leden van een Raad van Toezicht kwamen vaak uit het “old boys network”. Dat had enkele voordelen. Een goede raad ging niet alleen uit van vind ik die persoon aardig, maar er werd ook gekeken heb ik wat aan die persoon als het misgaat. Heeft hij dan zoveel invloed of kennis dat hij kan zorgen dat wij zonder kleerscheuren uit de raad komen. En, nog belangrijker: kan hij op tijd waarschuwen als er zaken zijn waardoor we in de gevarenzone komen?

Tegen het netwerk bestond veel bezwaar. Niet professioneel. Er kwamen profielen, criteria en advertenties. Er ontstonden veel nieuwe headhunters. Grappig genoeg lijkt het merendeel van deze headhunters opgericht te zijn om meer vrouwen in Raden van Toezicht te krijgen. Echter, dit principe werd vaak verlaten: de schoorsteen moet roken. En in deze economisch barre tijden fuseren headhunters. Sommige toezichthouders werden professionals. Na ervaring in een ziekenhuis als toezichthouder ging men verder in een ander ziekenhuis. De regio en de band met de instelling was niet meer belangrijk. Men voldoet aanwijsbaar aan de andere criteria: men heeft ervaring. En zo zijn het niet meer slechts de leden van de Raad van Bestuur die via een headhunter hoppen, maar geldt dit ook voor leden van Raden van Toezicht.

Door de vloed aan publicaties zijn er meer mensen die vinden dat ze toezichthouder moeten worden. Op internet wordt flink gefoeterd dat men er niet tussen komt. Duidelijk is wel dat men daarbij het houden van toezicht makkelijker inschat dan bijvoorbeeld het zijn van een lid van een Raad van Bestuur of een directeur in een zorgorganisatie. Financiële motieven spelen bij sollicitatie naar een Raad van Toezicht soms een grote rol: het wordt gezien als makkelijk te verdienen geld. Terwijl een goede toezichthouder per uur aanzienlijk minder verdiend dan een consultant.

Inmiddels heeft de markt de doelgroep ontdekt en zijn er cursussen en zelfs meerdere zeer dure universitaire opleidingen voor toezichthouders.   Ook de accountants organiseren specifieke bijeenkomsten voor zittende toezichthouders en adviesbureaus schrijven (reclame)boekjes. Met professionalisering op zich is niets mis. Maar de bedragen die men vraagt en de inspanningen die onvergelijkbaar zijn aan die voor ondernemingsraden en patiënten- en cliëntenraden, doen andere dan ideële motieven vermoeden. Wat de toekomst gaat brengen, ik ben benieuwd.