rearch en consultancy
Het persoonsgebondenbudget (PGB) is totaal uit de hand gelopen. Dat komt niet door misbruik maar wel door oneigenlijk gebruik. Het was nooit de bedoeling dat het PGB ruim 10% van het AWBZ-budget zou bedragen.
Mensen die AWBZ-zorg nodig hadden, zeiden: ik wil niet in een instelling; ik regel zelf zorg voor minder geld. Door de politiek werd dit onder meer door Nancy Dankers (CDA) en Erica Terpstra (VVD) gesteund. Zo ontstond het PGB als luis in de pels.
Omdat het geld kost om geld over individuen te verdelen en individuen te controleren, werd er 20% van het budget afgehaald. Alleen mensen die zelf in staat waren om met PGB om te gaan, konden PGB krijgen. Overigen moest het zorgkantoor weigeren. Het PGB moest aan zorg besteed worden. Zorgmakelaars mochten dus niet uit het PGB betaald worden. De PGB-houder was zelf verantwoordelijk voor kwaliteit.
In het begin was het budget aanvullend op de aanwezige mantelzorg en mochten gezinsleden niet ingehuurd worden. Hiertegen kwam protest. Waarom kreeg de vrouw wiens dochter werkte in de thuiszorg wel een PGB om iemand in te huren en moest de dochter die op dat moment geen baan had, het gratis doen? Een dergelijke discussie kwam later ook bij de kinderopvang. De wijziging zorgde dat het niet aanvragen van een PGB gezien werd als diefstal uit eigen portemonnee. En dus ontstond er net als bij de kinderopvang een groei van het gebruik.
In de diverse regio’s waren tekorten aan AWBZ-budget. Ter voorkoming van wachtlijsten namen instellingen bewoners op indien ze PGB aanvroegen. Ook vroegen instellingen hun cliënten om een PGB aan te vragen zodat er in de regio weer AWBZ-budget vrij viel. Tevens ontstonden er via het PGB woongroepen door ouderinitiatieven, Thomashuizen e.d.
Het PGB was niet gerelateerd aan intramurale tarieven maar aan die van de thuiszorg met onder meer lagere eigen bijdrage en extra vergoeding voor medicijnen, rolstoel etc.. Het afbouwen van het PGB tot een regulier AWBZ-budget zal het einde betekenen van bijzondere zorgvormen.
Door de WMO zou het PGB voor schoonmaak ten laste komen van de gemeenten. Echter door de WMO ontstond er ook een omgekeerde stroom. De gemeentelijke voorzieningen in het kader van de Welzijnswet die een onderdeel werd van de WMO, werden via een PGB geregeld. Zo waren er zelfs buurthuizen die via de PGB’s van buurtbewoners betaald werden.
Het bovenstaande verklaart een deel van de groei. Maar van € 2,1 naar € 2,7 miljard in een jaar tijd, is niet normaal en is ook niet in verhouding met het AWBZ-budget van € 23,7 miljard. Een verklaring van deze groei, noch van de gehele groei van het PGB heb ik niet vernomen.
De kreet misbruik is onzin. Meerdere malen heeft het ministerie van VWS in rapporten aan de Tweede Kamer aangetoond dat juist bij PGB misbruik beperkt was. Wat is er nu echt aan de hand? Waar blijft een goede analyse van de stijging van de PGB-kosten.
Het verbaast me dat zonder een heldere kostenanalyse de dagopvang en andere begeleiding over de muur naar de gemeenten wordt gegooid en dat de verzorging en verpleging thuis in de handen wordt gelegd van de toegelaten AWBZ-instellingen. Binnen de AWBZ levert dit voorlopig alleen een (theoretische) besparing op bij de zorgverzekeraars die niet langer de budgethouders hoeven te controleren.