rearch en consultancy
Toezichthouders moeten krachtiger en deskundiger optreden. Het toezicht schiet drastisch tekort. Het disfunctioneren van raden van toezicht kan niet worden toegeschreven aan incidentele factoren, aldus professor Rienk Goodijk, hoogleraar public governance aan de Universiteit van Tilburg. Ik ben blij met deze duidelijke mening van een hoogleraar die ook zelf de nodige ervaring heeft als toezichthouder.
Een raad van toezicht heeft natuurlijk in eerste instantie tot taak de doelstelling van de organisatie te bewaken zoals die geformuleerd is in de statuten.
Een ziekenhuis heeft bijvoorbeeld vaak in haar statuten staan dat zij de medische vraag van de bevolking in een bepaald gebied wil verzorgen. Als dat in de statuten staat, dan moet een ziekenhuis ook verliesgevende zorg verlenen.
Natuurlijk kunnen de statuten gewijzigd worden. Voor wijziging van de statuten moet er een grondige discussie zijn, waarbij de raad van toezicht een zware verantwoordelijkheid heeft. Voor een toelating als zorginstelling controleert de overheid de statuten. Ik zou het dus logisch vinden als de overheid ook de wijzigingen zou controleren. Dit is nu niet het geval.
De tweede taak van een raad van toezicht is natuurlijk het financieel toezicht dat in uiting komt in de goedkeuring van de jaarrekening. De raad van toezicht gaat daarbij uit van de accountant. De accountant kijkt naar rekeningen en administratie. Uit schandalen rond verkoop van onroerend goed aan de stichting tegen te hoge prijs, rekeningen van aannemers met eigen gironummer op rekeningen, inkoop bij “vrienden”, etc. blijkt dat dat onvoldoende is. De leden van een raad van toezicht zijn financieel aansprakelijk. Echter zonder een goede verzekering wil niemand meer lid worden van een raad van toezicht.
Tegenwoordig is er een derde taak: kwaliteit. Via de cliëntenraden, de klachtenfunctionarissen en – commissies, via de rapporten van de inspectie en de plaats op ranglijstjes op websites en kranten, komt dit aan de orde. Ook door af en toe door de instelling te lopen en festiviteiten bij te wonen, krijgen de toezichthouders hier inzicht in. Toch blijkt dat als de kwaliteit van zorg onvoldoende is, de toezichthouders niet weten wat ze daaraan moeten doen.
De laatste taak is goed werkgeverschap. Dat is meer dan vaststellen salaris.
Raden van toezicht zijn bang een goede bestuurder te missen door niet meer salaris te bieden. De onmacht van de toezichthouders blijkt uit het feit dat sommigen een wet op de salarissen van bestuurders verwelkomen.
Zelfs als bovenstaande taken goed in de hand gehouden worden, durft geen toezicht-houder te garanderen dat er in zijn instelling volgend jaar geen schandaal is. Daarom juich ik het toe dat professor Goodijk onderzoek gaat doen naar nieuwe governance-concepten voor maatschappelijke ondernemingen.