Antoinette Vietsch| AVI research en consultancy
AVI

rearch en consultancy
AVI research en consultancy richt zich op: overheid, bouw en gezondheidszorg.

Vraagstukken waarmee AVI research en consultancy zich bezig houdt, zijn:
- wat is de huidige situatie
- wat zijn de ontwikke-lingen
- wat wordt de toekomst.
En natuurlijk ook: hoe speel ik op die ontwikkelingen in, hoe wijzig ik de toekomst.

                 Lees meer>>

Gechoochel met cijfers


Farmacie en Zorg
1 juli 2011


De overheid en de politiek lijken in de zorg te goochelen met cijfers. Dat gegoochel is nodig omdat de echte cijfers niet bekend zijn. Enkele voorbeelden.

Bij de discussie over wachtlijsten rond 2000 werd geconstateerd dat de registratie van de AWBZ niet op orde was. Mensen stonden soms meerdere malen ingeschreven: Op hun naam, hun meisjesnaam, hun voornaam en hun doopnaam. Maar ook op verschillende adressen. Het registreren van mensen die AWBZ-zorg kregen of op de wachtlijst daarvoor stonden, bleek niet eenvoudig.

In 2004 kregen volgens het ministerie van VWS 150.000 mensen thuiszorg zonder dat zij een indicatie hadden. Ook had de FIOD-ECD geconstateerd dat er dubbel gedeclareerd werd: zowel de thuiszorg als het verzorgingshuis declareerden dezelfde zorg aan dezelfde cliënt. In 2005 gaf de staatssecretaris aan de Tweede Kamer aan dat er ook VG- en GGZ-cliënten waren die zorg kregen en die geen indicatie hadden. Ook gaf zij aan dat de indicatie voor jeugd-GGZ niet op orde was. Nooit is gemeld dat alles op orde is.

Opmerkelijk was ook het volgende. Thuiszorgorganisaties declareren aan het zorgkantoor uren thuiszorg. Thuiszorgorganisaties geven ook het aantal uren thuiszorg door aan het CAK om de eigen bijdrage van cliënten te berekenen. U begrijpt het al, deze uren zijn niet gelijk. Niemand heeft hierover in de openbaarheid vragen durven stellen.

Bij de invoering van de WMO kwam ook een verschil in cijfers naar voren. Gemeenten onderzochten wie zorg kreeg. Fouten zoals dubbelingen, overleden cliënten e.d. werden uit het systeem gehaald. Zodoende hielden sommige gemeenten fors geld over.

Door de wijziging van het PGB is er opnieuw discussie over cijfers. Het ministerie van VWS riep eerst: er zijn er 190.000 PGB-houders. Vervolgens gaf het Sociaal en Cultureel Planbureau aan dat het er 160.00 waren. De staatssecretaris noemde 130.000 en het CIZ gaf aan dat er 76.077 PBG-houders zouden zijn.
Nu mag het bureau Jeugdzorg natuurlijk voor jeugdigen ook indicaties geven. Zij konden echter niet aangeven hoeveel mensen zij geïndiceerd hadden. De jeugdzorg gaat uit de AWBZ naar de WMO en dus naar de gemeenten. De gemeenten wacht dus opnieuw de taak van opschonen.

Helaas zullen de AWBZ-gegevens niet opgeschoond worden. Zodoende zullen mensen zonder een indicatie onterecht zorg blijven krijgen.
Ook durf ik te wedden dat zorg door thuiszorginstellingen aan PGB-houders zowel door PGB-houders als door zorgverzekeraars betaald wordt. En vermoedelijk worden er ook zaken gedeclareerd aan de PGB-houder en aan de zorgverzekering in het kader van aanvullende pakketten. Maar of die rekeningen ook altijd betaald worden uit de extra premies? Vermoedelijk ook een deel uit de premies voor de basisverzekering.
 
Kortom, een goede bezuiniging in de zorg is het op orde brengen van de cijfers en de betalingen. En het woord fraude noemen we daarbij niet.