rearch en consultancy
Voorzitter, de CDA-fractie het plan van aanpak geeft geen duidelijk toekomstbeeld. In de brief wordt nog uitgegaan van 15 ZZP en bij de technische briefing bleek dat er uitgegaan werd van 49 IZA’s. En zelfs in de technische briefing was niet duidelijk of er nu een uren of een geldbudget was. En ook niet wat de positie is van de zorgovereenkomst. En zelfs de mantelzorg werd naast de gebruikelijke zorg een deel van de indicatie. Dat kan dus niet.
Zolang er geen eenduidig toekomstbeeld is, kan de CDA-fractie geen groen licht geven.
De CDA-fractie constateert dat binnen vooral de gehandicapte sector er onvoldoende differentiatie is naar zorgzwaarte. Daar moet iets gebeuren en het liefst zo snel mogelijk. Maar wel verantwoord.
Vandaar dat wij voorstellen dat eind mei/begin juni gereed is een projectplan waarin de toekomstige financieringswijze eenduidig staat beschreven. Dat plan moet per sector geëvalueerd worden door de betreffende branche- en cliëntenorganisaties en door ZN en het CTG. Op basis daarvan zullen wij kunnen besluiten het licht op groen of rood te zetten voor de zorgzwaartefinanciering van die sector.
Daarbij hebben we natuurlijk enkele uitgangspunten die verwerkt willen zien in het plan. Ik noem er 3.
1. Zorgzwaartefinanciering mag niet leiden tot extra bureaucratie. Door de zorgovereenkomst, delen van het zorgplan te gebruiken kan eindelijk afgeschaft worden het tijdschrijven in de thuiszorg. Ook moet de aanwezigheidsregistratie niet langer leiden tot budgetreductie. Cliënten van de dagopvang moeten een dag thuis kunnen blijven met griep en intramurale cliënten moeten een dag in het ziekenhuis opgenomen kunnen worden zonder dat hun kamer weggeven wordt aan derden.
2. Bij de zorgzwaartefinanciering moet rekening gehouden worden met de keuzevrijheid van de cliënt. PGB of “full package” en zorg in natura moeten beide mogelijk zijn. Zo ook moet er keus zijn tussen het medische zorgmodel en de mensgerichte zorgvisie; het geïntegreerd wonen in de wijk en het wonen op een instellingsterrein of in een groot complex.
De keuzevrijheid wordt beperkt door een financieel kader. Het budget moet afhangen van de onafhankelijke indicatie. Het CDA is dus voor een vast budget in geld (een soort PVB) dat intra- en extramuraal kan gelden na correctie voor eigen bijdrage, huur, eten, etc. Wij verzoeken de staatssecretaris om een toezegging om bij de zorgzwaarte uit te gaan van een totaal geldbudget zoals nu ook gebeurt bij PGB’s en geen deelregistraties van uren e.d. te gaan invoeren maar die juist af te schaffen.
3. De keuze van de cliënt voor een instelling/locatie is belangrijker dan die van het zorgkantoor. Een zorgkantoor is tenslotte slechts een afdeling van een particuliere zorgverzekeraar die de monopoliepositie heeft voor de AWBZ in een regio. Inkoop door het zorgkantoor regelt in onze ogen de bevoorschotting en niets meer. Als zorg verleend is aan een cliënt met een indicatie voor die zorg, dan moet die zorg betaald worden volgens de geldende CTG-tarieven. Natuurlijk moet een zorgkantoor wel met zijn zorgaanbieders onderhandelen, maar dan op kwaliteit en niet op prijs. Het zorgkantoor, dus de monopolistische particuliere zorgverzekeraar mag in onze ogen dus geen extra winst maken door instellingen minder budget te geven waardoor weer discussie over kwaliteit ontstaat. Het zorgkantoor krijgt voldoende betaalt: hij krijgt een vast percentage van de omzet.
Voorzitter, tot slot de positie van het CIZ. De mandatering vanuit de gemeenten is geen goede oplossing. Maar de argumenten om voor een agentschap of ZBO of andere oplossing te kiezen ontbreken. Vandaar dat ik graag ook op dit punt een afwegingsnotitie van de Staatssecretaris zou krijgen.