Antoinette Vietsch| AVI research en consultancy
AVI

rearch en consultancy
AVI research en consultancy richt zich op: overheid, bouw en gezondheidszorg.

Vraagstukken waarmee AVI research en consultancy zich bezig houdt, zijn:
- wat is de huidige situatie
- wat zijn de ontwikke-lingen
- wat wordt de toekomst.
En natuurlijk ook: hoe speel ik op die ontwikkelingen in, hoe wijzig ik de toekomst.

                 Lees meer>>

Vergunningsbesluit


Schriftelijke vragen n.a.v. het Algemeen Overleg Bouwregelgeving oktober 2007
oktober 2007

1. Hoe is de afstemming tussen het gebruiksbesluit, de lokale brandveiligheidsverordening, het Bouwbesluit, de Brandveiligheidsvisie van Binnenlandse Zaken en de brochures over toepassing van brandveiligheidsvoorschriften, de brochure vluchten bij brand (datum PM), de zogenaamde beveiligingsconcepten (datum PM) , geregeld? Indien punten strijdig zijn, wat geldt dan wanneer en wie beslist daarover?

2. Is het waar dat weliswaar het gebruiksbesluit aansluit bij de Model-Bouwverordening van de VNG maar dat deze verordening na de 8e wijziging zeer is aangescherpt en dat deze aanscherping eenzijdig door de VNG en de brandweer is opgelegd? Komt deze verordening overeen met het Bouwbesluit?

3. Welke eisen zouden vereenvoudigd kunnen worden, c.q. vervallen indien uitgegaan zou worden van de Model-Bouwverordening zoals hij was na de 7e wijziging?

4. In het gebruiksbesluit is geen verschil gemaakt tussen nieuwe en bestaande gebouwen en tijdelijke gebouwen. Daar zijn nu de eisen verschillend voor. Worden alle eisen nu opgetrokken tot nieuwbouwniveau? Zo nee, bij welke eisen wordt het niveau nieuwbouw verlaagd? Zo ja, wat betekent dit voor de bestaande gebouwen en gebouwen met een tijdelijke vergunning en wat zijn hiervan de meerkosten in het algemeen en voor de Rijksgebouwendienst in het bijzonder? Hoe wordt daarbij met monumenten omgegaan?

5. Waarom wordt in artikel 2.1.1 lid 1 eisen opgenomen voor voorzieningen voor elektriciteit, ofwel bedrading e.d. waarvoor de voorschriften reeds staan in het Bouwbesluit?

6. Waarom wordt in artikel 2.2.1 lid 2 onderscheid gemaakt tussen een gemeenschappelijke en een niet gemeenschappelijk stook-/warm-watertoestel?

7. Volgens de Nota van Toelichting (pag. 10) wordt onder een verbrandings- of verwarmingsinstallatie ook verstaan een elektrische radiator, een elektrisch kookplaatje of een rechaud. Valt een koffiezetapparaat of een waterkoker ook onder dit artikel? En hoe wordt bepaald of de opstelling van deze apparaten of het gebruik daarvan gevaar oplevert voor het ontstaan van brand? Betekent dit dat deze apparaten in kantoorgebouwen zoals ook de Tweede Kamer niet gebruikt mag worden?

8. Volgens artikel 5 lid a moet een schoorsteen doeltreffend zijn gereinigd. Volgens de Nota van Toelichting betekent dit dat een schoorsteen een maal per jaar geïnspecteerd en gereinigd wordt. Wie moet de schoorsteen inspecteren en moet inderdaad jaarlijks de schoorsteen geveegd worden? Is dit nu ook reeds opgenomen in de verordeningen?

9. Hoe wordt bepaald of de aankleding een ondergeschikte bijdrage aan het brandgevaar levert (artikel 2.1.3.c)? Wat betekent dit bijvoorbeeld voor een kerstboom zonder echte kaarsen in een kerk?

10. Waarom is bij artikel 2.1.4 niet aangesloten bij de bepalingsmethode die op grond van de EU-richtlijn bouwproducten moet worden toegepast?

11. Waarom kunnen de artikelen 2.1.5 en 2.3.3 niet geschrapt worden? Een deur van een patiëntenkamer met een deurdranger die in verband met een brandmelding dichtgevallen is, betekent dat er meer dan een persoon nodig is om een patiënt in een bed naar buiten te rijden. Dit betekent vertraging van ontruiming in geval van brand bij een ziekenhuis of verpleeghuis en dus verhoging van het risico voor patiënten.

12.  Is het opnemen in artikel 2.1.6 van de eisen uit het Bouwbesluit en de goede uitvoering daarvan niet overbodig? Zo niet, waarom wordt dan alleen ingegaan op doorvoer van leidingen en kabels: alle brandscheidingen moeten in hun gehele levensduur hun functie behouden.

13. Waarom is het nodig extra voorschriften in artikel 2.1.6 via ministeriële regelingen op te stellen?

14. Door artikel 2.1.7 worden extra eisen gesteld boven het Bouwbesluit aan constructieonderdelen en wordt zelfs de eis gesteld dat B&W moeten bepalen welk document overlegd moet worden zodat bewezen wordt dat aan de eisen uit het Bouwbesluit voldaan wordt. Hoort dit artikel over eisen uit het Bouwbesluit thuis in het gebruiksbesluit?

15. Wat draagt het certificaat in artikel 2.2.1, lid 7 bij aan de veiligheid en moet derhalve geregeld worden door de overheid? Kan de markt dit niet zelf oplossen?

16.  Is het opnemen in artikel 2.3.4 van de eisen uit het Bouwbesluit en de goede uitvoering daarvan niet overbodig? Zo niet, waarom wordt dan alleen ingegaan op doorvoer van leidingen en kabels: alle rookscheidingen moeten in hun gehele levensduur hun functie behouden.

17. Is artikel 2.3.5. lid 1 niet strenger dan het Bouwbesluit waarbij een vluchtweg pas begint bij de uitgang van een rookcompartiment en zijn de deurbreedtes niet reeds voorgeschreven in het Bouwbesluit en is derhalve dit artikel overbodig?

18. Is artikel 2.3.5 lid 2 geen bouwtechnische eis die slechts in het Bouwbesluit bepaald kan worden?

19. Wat zijn de consequenties van artikel 2.3.5 lid 7 voor bestaande gebouwen?

20. Zijn de geëiste vluchtwegaanduidingen in artikel 2.3.7 niet overdreven? Als er geen brandwerendehidseisen en wbdbo-eisen gelden, moet er dan toch een installatie komen die 60 minuten doorwerkt?

21. Hoe verhouden lid 3 en lid 4 van artikel 2.3.7 zich tot elkaar?

22. Is artikel 2.3.8 niet overbodig omdat dit voortkomt uit het Bouwbesluit zoals ook de tekst al zegt?

23. Hoort het  rookbeheersingssysteem niet thuis in het Bouwbesluit in plaats van in het gebruiksbesluit (artikel 2.3.9) en moet de controle daarvan door B&W niet vervallen?

24. Is een automatische brandblusinstallatie geen bouwtechnische voorziening en horen voorschriften daarover dus niet thuis in het Bouwbesluit in plaats van het Gebruiksbesluit (artikel 2.5.1)? Kan het dus hier vervallen?

25. Is artikel 2.6.3 niet overbodig in verband met het Warenbesluit liften en kan het dus hier vervallen?

26. Hoe is de gebruiksvergunning opgenomen in de Woningwet (artikel 2.11.1)?

27. Waarom kan een gemeente afwijken van het aantal personen (artikel 2.11.1) en wat betekent dat voor de uniformiteit van de regeling? Moet een gemeente onderbouwen waarom het afwijkt van het aantal van 10 personen?

28. Wat is de bedoeling van de vermelding PM in artikel 2.11.2 en in de Nota van Toelichting over dit artikel?

29. Waarom zijn de termijnen niet fataal in artikel 2.11.3?

30. Op welke wijze wordt inzicht gegeven en is protest mogelijk tegen de beperking van het aantal toelaatbare personen (artikel 2.11.4)?

31. Als er sprake is van verandering van inzichten of omstandigheden gelegen buiten het bouwwerk mag B&W de gebruiksvergunning intrekken (artikel 2.11.6, 2.12.5.1a en 2.12.5.2.d). Kan dit niet leiden tot rechtsongelijkheid?

32. Wat betekent het verbod in artikel 2.12.1. lid 1a van de gelijkwaardige toepassing zonder melding voor de administratieve lasten?

33. Binnen welke termijn moet B&W besluiten of ze extra voorwaarden gaan stellen conform artikel 2.12.4

Nota van Toelichting

34. In de Nota van Toelichting staan bij de notificatie ….. Kunt u deze puntjes invullen en ons meedelen wat de stand van zaken is?

35. Volgens de Nota van Toelichting (pag. 10) moet bij de bouwvergunningsprocedure gegevens getoetst worden die eveneens opgenomen zijn in het gebruiksbesluit. Het gaat daarbij om:
- brandmeldinstallaties (art. 2.2.1)
- ontruimingsinstallaties (art. 2.3.6)
- vluchtrouteaanduidingen (art. 2.3.7)
- technische voorzieningen voor communicatie tussen publieke hulpverleners (art. 2.8.1).
Waarom kunnen dus deze regelingen niet vervallen in het gebruiksbesluit?

36. Waar wordt het landelijk informatie- en adviescentrum gerealiseerd en hoe is de besturing en de onafhankelijkheid van dit centrum geregeld (Nota van Toelichting, pagina 12)?

37. Is het inderdaad aan de exploiteerder van een groepswoning of verpleeg- of verzorgingshuis te bepalen wanneer iemand zelfredzaam is en mag de exploiteerder daarmee zijn eigen eisen bepalen (Nota van Toelichting, pagina 27)?

38. Hoe wordt omgegaan met iemand die thuis woont maar wel permanent toezicht nodig heeft volgens de indicatie voor de AWBZ-zorg? Moet zijn woning ook voldoen aan de eisen voor woningen van minder zelfredzame personen (Nota van Toelichting, pagina 27)?

39. Komt er een landelijke databank, wellicht onderdeel van het landelijk informatie- en adviescentrum voor bepaling gelijkheidseisen zoals bij brandmeldinstallaties (Nota van Toelichting, pagina 28)? Zo ja, zijn de uitspraken daarvan bindend voor B&W?