rearch en consultancy
Voorzitter, dit laatste raakt de principiële vraag: wie mag kiezen in de AWBZ.
Kiest de zorgverzekeraar en moet de cliënt naar een andere aanbieder gaan wanneer het budget op is. Of kiest de cliënt zelf en moet het budget later verrekend worden.
Het CDA vindt dat de cliënt moet kiezen en niet het zorgkantoor. Dit betekent dat het budget de cliënt volgt en dus het zorgkantoor niet contracteert maar slechts bevoorschot.
Voorzitter, van de staatssecretaris horen we graag welke wijzigingen moeten hiervoor in de AWBZ ingevoerd moeten worden en wanneer kunnen deze gereed kunnen zijn?
Voorzitter, terug naar de praktijk. In juni vroegen wij de staatssecretaris:
- wat is er aan de hand in de AWBZ,
- hoe komt het en
- wat gaat u er aan doen.
Haar antwoorden zijn simpel:
- wie voor zorg geïndiceerd is, moet zorg krijgen
- er wordt meer zorg verleend dan voorzien
- er is dus een tekort aan budget van E 125 mln en
- er ligt nog E 30 mln op de plank en dus verhoog ik het budget voor de AWBZ met E 95 mln.
Probleem opgelost.
Maar natuurlijk zijn er nog nadere vragen.
ZN stelt dat de E 30 mln niet meer op de plank ligt, maar al een bestemming heeft. Kan de staatssecretaris aangeven of dit waar is en of dit dus betekent dat er toch nog een tekort is?
Kan de staatssecretaris ook aangeven of daarbij rekening gehouden is met de convenantafspraak dat er meer gedaan zou moeten worden voor hetzelfde geld?
En kan de staatssecretaris ook aangeven of er voldoende ruimte is voor het PGB? Er is daar toch geen sprake van een stop per 1 september of later dit jaar?
Voorzitter, dat er deze zomer meer productie is geweest, betekent dat de zorgaanbieders dit jaar voldoende personeel hadden tijdens de zomervakantie. Onze complimenten.
Maar het geeft ook de vraag waar de groei vandaan komt.
Het CIZ geeft daar deels antwoord op in hun analyse van de toenamen van indicatiebesluiten. Ze concluderen dat er niet meer eerste indicaties maar wel meer herïndicaties zijn.
Het CIZ geeft ook aan dat de indicaties voor huishoudelijke verzorging gedaald zijn. Daarentegen zijn de indicaties voor ondersteunende en activerende begeleiding met ruim 1/3 toegenomen. En de indicaties voor verblijf zijn met 30% afgenomen.
Kan de staatssecretaris verklaren:
- waarom er meer herïndicaties zijn
- waardoor de verschuiving van huishoudelijke verzorging naar begeleiding plaatsvindt en
- waarom er heel veel minder voor verblijf geïndiceerd wordt?
En wat betekent dit voor de toekomst? Gaat deze trend door of is dit een eenmalige verschuiving? Gaan de criteria voor indicaties aangescherpt worden en vervolgens conform de motie Vietsch door de Kamer op hoofdlijnen vastgesteld worden? En wat betekent het voor de bedragen die overgaan naar de WMO en naar de zorgverzekering in verband met de gedeeltelijke overgang van de GGZ?
ZN geeft aan dat binnen de bandbreedte van de indicatie meer zorg geleverd wordt. Indien vroeger 5 tot 7 uur geïndiceerd werd, werd gemiddeld 6 uur geleverd. De zorgaanbieders overleggen nu met hun cliënten over de hoeveelheid zorg. Het is niet verbazend dat de cliënten bij 5 tot 7 uur zeggen geef maar 7. Maar dit betekent wel dat de bandbreedte in de indicaties aangepast moet gaan worden. Hoe gaat de staatssecretaris dit oplossen?
Voorzitter, samenvattend: we hebben een aantal vragen, maar we geven ook de complimenten voor haar optreden.