Antoinette Vietsch| AVI research en consultancy
AVI

rearch en consultancy
AVI research en consultancy richt zich op: overheid, bouw en gezondheidszorg.

Vraagstukken waarmee AVI research en consultancy zich bezig houdt, zijn:
- wat is de huidige situatie
- wat zijn de ontwikke-lingen
- wat wordt de toekomst.
En natuurlijk ook: hoe speel ik op die ontwikkelingen in, hoe wijzig ik de toekomst.

                 Lees meer>>

Knelpunten in de AWBZ


Bijdrage voor Algemeen Overleg
31 augustus 2006

De AWBZ is een verzekering die het CDA koestert. Mensen hebben recht op geïndiceerde zorg. En die zorg moet goed zijn. Als die zorg geleverd wordt, moet deze zorg betaald worden. Mensen moeten zelf kunnen kiezen tussen verschillende zorgaanbieders en PGB. Een cliënt moet dus niet gedwongen worden om naar een andere zorgaanbieder te gaan omdat het budget bij zijn thuiszorgorganisatie op is.
 
Voorzitter, als we kijken naar de afgelopen periode, dan zien we dat het systeem van de AWBZ niet deugt. Er zijn cliënten die zorg nodig hebben, maar die kunnen ze niet krijgen omdat het budget bij hun thuiszorgorganisatie op is. Maar er is nog wel budget bij een andere organisatie. Alleen dat budget blijft ongebruikt. En thuiszorgorganisaties verwijzen niet naar hun concurrent.

Voorzitter, dit laatste raakt de principiële vraag: wie mag kiezen in de AWBZ.
Kiest de zorgverzekeraar en moet de cliënt naar een andere aanbieder gaan wanneer het budget op is. Of kiest de cliënt zelf en moet het budget later verrekend worden.
Het CDA vindt dat de cliënt moet kiezen en niet het zorgkantoor. Dit betekent dat het budget de cliënt volgt en dus het zorgkantoor niet contracteert maar slechts bevoorschot.
Voorzitter, van de staatssecretaris horen we graag welke wijzigingen moeten hiervoor in de AWBZ ingevoerd moeten worden en wanneer kunnen deze gereed kunnen zijn?

Voorzitter, terug naar de praktijk. In juni vroegen wij de staatssecretaris:
- wat is er aan de hand in de AWBZ,
- hoe komt het en
- wat gaat u er aan doen.
Haar antwoorden zijn simpel:
- wie voor zorg geïndiceerd is, moet zorg krijgen
- er wordt meer zorg verleend dan voorzien
- er is dus een tekort aan budget van E 125 mln en
- er ligt nog E 30 mln op de plank en dus verhoog ik het budget voor de AWBZ met E 95 mln.
Probleem opgelost.
 
Maar natuurlijk zijn er nog nadere vragen.

ZN stelt dat de E 30 mln niet meer op de plank ligt, maar al een bestemming heeft. Kan de staatssecretaris aangeven of dit waar is en of dit dus betekent dat er toch nog een tekort is?
Kan de staatssecretaris ook aangeven of daarbij rekening gehouden is met de convenantafspraak dat er meer gedaan zou moeten worden voor hetzelfde geld?
En kan de staatssecretaris ook aangeven of er voldoende ruimte is voor het PGB? Er is daar toch geen sprake van een stop per 1 september of later dit jaar?  

Voorzitter, dat er deze zomer meer productie is geweest, betekent dat de zorgaanbieders dit jaar voldoende personeel hadden tijdens de zomervakantie. Onze complimenten.

Maar het geeft ook de vraag waar de groei vandaan komt.
Het CIZ geeft daar deels antwoord op in hun analyse van de toenamen van indicatiebesluiten. Ze concluderen dat er niet meer eerste indicaties maar wel meer herïndicaties zijn.
Het CIZ geeft ook aan dat de indicaties voor huishoudelijke verzorging gedaald zijn. Daarentegen  zijn de indicaties voor ondersteunende en activerende begeleiding met ruim 1/3 toegenomen. En de indicaties voor verblijf zijn met 30% afgenomen.
Kan de staatssecretaris verklaren:
- waarom er meer herïndicaties zijn
- waardoor de verschuiving van huishoudelijke verzorging naar begeleiding plaatsvindt en
- waarom er heel veel minder voor verblijf geïndiceerd wordt?
En wat betekent dit voor de toekomst? Gaat deze trend door of is dit een eenmalige verschuiving? Gaan de criteria voor indicaties aangescherpt worden en vervolgens conform de motie Vietsch door de Kamer op hoofdlijnen vastgesteld worden? En wat betekent het voor de bedragen die overgaan naar de WMO en naar de zorgverzekering in verband met de gedeeltelijke overgang van de GGZ?

ZN geeft aan dat binnen de bandbreedte van de indicatie meer zorg geleverd wordt. Indien vroeger 5 tot 7 uur geïndiceerd werd, werd gemiddeld 6 uur geleverd. De zorgaanbieders overleggen nu met hun cliënten over de hoeveelheid zorg. Het is niet verbazend dat de cliënten bij 5 tot 7 uur zeggen geef maar 7. Maar dit betekent wel dat de bandbreedte in de indicaties aangepast moet gaan worden. Hoe gaat de staatssecretaris dit oplossen?

Voorzitter, samenvattend: we hebben een aantal vragen, maar we geven ook de complimenten voor haar optreden.