rearch en consultancy
De leden van de CDA-fractie zien dat de financiële onzekerheid bij AWBZ-instellingen ook aanwezig is. De afschaffing van het bouwregiem voor AWBZ-instellingen was voorzien op 1 januari 2009. De leden van de CDA-fractie vragen zich af of deze datum gehandhaafd blijft en of er ook een commissie voor nadeelcompensatie in de AWBZ komt. Ook vragen zij op welke wijze de kapitaalslasten voor de AWBZ-instellingen in de toekomst vergoed gaan worden. Kan de minister dit aangeven?
De leden van de CDA-fractie maken zich bezorgd over de onduidelijkheid voor instellingen en de gevolgen daarvan voor de patiënten en cliënten. Zij vragen daarom de minister op zo kort mogelijke termijn volledige duidelijkheid te verschaffen. Daartoe hebben zij de volgende concrete vragen:
1. Hoe wordt de toekomstige vergoeding van kapitaalslasten berekend. Kunt u dit adstrueren door een rekenvoorbeeld voor een (theoretisch) ziekenhuis?
2. De commissie wordt ingesteld voor ziekenhuizen, maar niet voor academische ziekenhuizen. Hoe wordt de kapitaalslastenvergoeding berekend bij academische ziekenhuizen en hoe wordt deze berekend bij categorale ziekenhuizen zoals revalidatiecentra, radiotherapeutische centra en audiologische centra? Kunnen deze centra en andere categorale ziekenhuizen ook voor nadeelcompensatie direct een beroep doen op deze commissie? Zo niet, op welke wijze kan dan nadeelcompensatie plaatsvinden?
3. De minister verwijst naar de RebelGroup Advisory voor het maken van een “foto” van een ziekenhuis. Wat houdt deze “foto” in, hoe komt hij tot stand en wat is daarbij de inspraak van het betreffende ziekenhuis? Hoeveel instelleningen hebben zich aangemeld voor het maken van een dergelijke foto? Is het ook mogelijk om compensatie te krijgen zonder dat een dergelijke foto gemaakt is?
4.Kan de minister aangeven wat de procedure is voor een ziekenhuis die in aanmerking wil komen voor nadeelcompensatie? Kan hij daarbij de verschillende stappen met data aangeven?
5. Gaat de commissie de ziekenhuizen die zich melden integraal bekijken of zij het nadeel kunnen opvangen of kijkt de commissie alleen naar de kapitaalslasten. Indien de commissie de ziekenhuizen integraal bekijkt. welke criteria men hanteert ten aanzien van mogelijke compensatie door verbetering van de productie, door verkeerde beslissingen in het verleden, door meer vierkante meters dan de vroegere normeringen en wat is het mogelijke aandeel uit de reserves?
6. Uitgaande van het "leerstuk van de nadeelcompensatie" mag verwacht worden dat het te compenseren financieel nadeel voor nieuwbouwziekenhuizen (inclusief lopende projecten) zich over vele jaren zal uitstrekken. Hoe is dit te rijmen met de beperking tot een tijdspanne 2008-2011 en met het verwerken van de feitelijke compensatie via de nog bestaande FB-systhematiek?
7. Door de afschaffing van het bouwregiem voor ziekenhuizen per 1 januari 2008 is er onduidelijkheid ontstaan over de afwaardering van de immateriële activa en kunnen ziekenhuizen hun jaarrekening niet afsluiten. Kan de minister aangeven of door het vervallen van integrale vergoeding van rente- en afschrijvingslasten bepaalde lasten moeten verhuizen van balans naar de resultatenrekening? Is hierbij versneld afschrijven mogelijk? En hoe moeten AWBZ-instellingen hiermee omgaan indien het bouwregiem daar per 1 januari 2009 wordt afgeschaft?
8. Op de balans van zorginstellingen komt de marktwaarde van het gebouw. Wat wordt onder deze marktwaarde verstaan? Is dit de waarde bij vrije verkoop of is dit de waarde bij gebruik als ziekenhuis conform de definitie van de accountants? Hoe wordt de waarde bepaald en wanneer wordt deze wijziging in het jaarverslag meegenomen? Hoe gaat dit in de toekomst bij AWBZ-instellingen?
9. Wat zijn de consequenties van het geheel voor het Waarborgfonds en deelname met een nieuw project aan het Waarborgfonds voor de verschillende soorten zorginstellingen?