Antoinette Vietsch| AVI research en consultancy
AVI

rearch en consultancy
AVI research en consultancy richt zich op: overheid, bouw en gezondheidszorg.

Vraagstukken waarmee AVI research en consultancy zich bezig houdt, zijn:
- wat is de huidige situatie
- wat zijn de ontwikke-lingen
- wat wordt de toekomst.
En natuurlijk ook: hoe speel ik op die ontwikkelingen in, hoe wijzig ik de toekomst.

                 Lees meer>>

Dementie


Bijdrage voor Algemeen Overleg
3 februari 2005

De Gezondheidsraad voorspelde in 2002 een toename van het aantal mensen met dementie van 175.000 naar 207.000 in 2010 en 382.000 in 2040. Kan de Staatssecretaris aangeven of deze getallen nog steeds kloppen. Wat is de invloed van medicijnen hierop? En hoe kijkt zij aan tegen de vergoeding van medicijnen?

De Gezondheidsraad gaf ook aan dat de vergrijzing van de totale bevolking leidt tot vergroting van het probleem: het aantal dementen in Nederland stijgen van nu 1: 93, naar 1:71 in 2020 en 1:44 in 2050. Het aantal beschikbare mantelzorgers en personeelsleden zal dus afnemen. Daardoor zal de druk op instellingen toenemen. Bij gelijkblijvende indicatie en wachttijd, zo zei de Gezondheidsraad, zou dat voor de eerstkomende 10 jaar betekenen een benodigde uitbreiding van 1.300 instellingsplaatsen of vergelijkbare voorzieningen per jaar. Gezien het teruglopen van èn het aantal instellingsplaatsen èn wachtlijsten dacht ik dat deze cijfers niet klopten. Echter de directeur van de LVT gaf van de zomer aan in Trouw  dat het vastbinden aan een bed of stoel van thuiswonende bejaarden een bittere noodzaak is omdat er geen plek is in verpleeghuizen. In de praktijk worden volgens hem, alleenstaande dementerende ouderen door het personeel van de thuiszorg ’s ochtends uit bed gehaald, gewassen, aangekleed en een ontbijt voorgezet. Daarna wordt de cliënt vastgebonden aan een stoel of vastgelegd in bed waarna het thuiszorgpersoneel weer vertrekt. “We kunnen niet anders, omdat het gevaar te groot is dat deze ouderen zichzelf iets aandoen of op straat onder een auto terecht komen”.
Kan de Staatssecretaris gezien deze onaanvaardbare toestanden, aangeven hoe zij aankijkt tegen het aantal instellingsplaatsen en wat volgens haar moet gebeuren? Voorziet zij problemen in de opleidingscapaciteit van personeel?

In het rapport van de Gezondheidsraad werd ook gevraagd om afstemming
De CDA-fractie vindt het goed te zien dat dit geleid heeft tot het Landelijk dementieprogramma. Wij vragen ons wel af of de cliënten gecheckt worden op dementie. Bloedarmoede, suiker, schildklieraandoening, hartfalen geven vergelijkbare symptomen. Hoe wordt hier mee omgegaan?

De CDA-fractie vindt het heel belangrijk dat partners en familieleden leren omgaan met dementerenden. De Alzheimer-cafe’’s waar mantelzorgers informatie en frustraties kunnen uitwisselen, zijn daarbij een heel belangrijk middel.
Ook herkennen we de schaamte en het groot houden voor derden. En de weerstand tegen opname. Maar het steeds maar spullen kwijt zijn, het eindeloos in de gaten houden dat ze niet wegloopt of zichzelf in gevaar brengt door bijvoorbeeld het gas aan te steken, het beperkt slapen omdat ook dan geluisterd moet worden wat er gebeurt, zorgt voor zowel fysieke als geestelijke uitputting. De sociale druk van de omgeving die niet wil zien hoe erg het is, en de formele druk: “iedereen moet zolang mogelijk thuis wonen”, betekent soms dat de partner er aan onderdoor gaat.
De CDA-fractie vindt dat mensen in deze situatie recht hebben op ondersteuning en vraagt de Staatssecretaris deze initiatieven voldoende te ondersteunen.

In het dementieprogramma wordt uitgegaan van kleinschalige woonvoorzieningen. De inspectie heeft echter geconstateerd dat de kwaliteit in kleinschalige voorzieningen slechter is. Hoe kijkt de Staatssecretaris hier tegen aan?
De CDA-fractie vindt dat mensen zelf moeten kunnen kiezen hoe zij willen wonen. Een echtpaar waarvan een van de partners dement is zal bijvoorbeeld de voorkeur kunnen hebben voor een grootschalige voorziening met een combinatie van verpleeg-, verzorgingshuis en gewone woningen, zodat ze toch onder een dak kunnen wonen. Graag een reactie hierop van de Staatssecretaris.

Tot slot voorzitter, jeugdige dementerenden hebben een extra zorgzwaarte. Daarvoor is nu geen extra budget. Wil de Staatssecretaris kijken of hiervoor een overgangsregeling mogelijk is?