rearch en consultancy
Het College voor Rijksadviseurs benadrukt het plezier in de maakbaarheid en vindt dat er op verschillende niveaus kwaliteitsgaranties moeten zijn.
De CDA-fractie wil echter wijzen op de kunst van het loslaten. Er moet geen welstandsplan voor Nederland komen. De beroemdste gebouwen en landschappen zijn niet ontstaan door welstandscommissies maar soms juist tegen het advies van de welstand in. Denk maar aan het Rietveldhuis of aan de Bijenkorf in Amsterdam.
De CDA-fractie ondersteunt dat Nederland niet op slot moet. Nieuw hoeft inderdaad niet slechter te zijn dan oud. Het kan zelfs beter zijn. Maar daarvoor moet geen landelijk welstandsplan komen.
Architectuur mag in de visie van het CDA niet slechts “gevel”-architectuur zijn.
Het is een schande dat budgetoverschrijding geaccepteerd worden omdat een gebouw anders niet architectonisch verantwoord zou kunnen zijn. Goede architectuur kost geen extra geld, maar vormt een geïntegreerd deel van een gebouw en de omgeving. Juist gebouwen die met een krap budget gebouwd zijn en vaak ook nog bedoeld waren voor tijdelijke huisvesting, zijn wereldberoemd geworden. Goede architectuur betekent niet alleen dat het gebouw mooi is, maar ook dat het dak niet lekt, dat het geschikt is voor zijn functie en dat het binnen het budget gerealiseerd is. Goede architectuur maakt deel uit van onze maatschappij. Daarbij speelt het gebruik, de functionaliteit een grote rol. Te veel prachtwijken zijn in het gebruik probleem-wijken geworden.
De welstandsnota waarin het architectuurbeleid van gemeenten verwoord moet staan, is helaas nog steeds teveel een ambtelijk stuk. De brede maatschappelijke discussie, maar ook de betrokkenheid van de in architectuur geïnteresseerde burger ontbreekt. Lokale architectuurinstellingen zijn te vaak elitaire clubs waar slechts een kleine kring van ingewijden deel uitmaken. Architectuurinstellingen moeten minder elitair worden, meer mensen bij architectuur betrekken en zorgen voor maat-schappelijke discussie en een goede basis voor het welstandbeleid in een gemeente. Daartoe hebben ze ondersteuning nodig.
Deelt de minister onze visie? Zo ja, op welke wijze gaat hij dit ondersteunen?
De Nederlandse architectuur is werkelijk wereldberoemd. De gemiddelde Nederlander weet dit echter niet en is niet op de hoogte van architectuur. Wel heeft hij er belangstelling voor. Niet voor niets is de dag van de architectuur een groot succes. Hoe kan de gemiddelde burger meer leren over architectuur? Is de Minister ook bereid om bijvoorbeeld de tv-serie over architecten die tot in het verleden mede door de BNA gefinancierd werd, meer financieel te steunen?
Ook de bouw in de gezondheidszorg is internationaal beroemd. Niet alleen Zonnestraal werd “geciteerd” door Aalto in Paimio, Finland, maar ook werd bijvoorbeeld het AMC gekopieerd bij het Chelsea-Westminster ziekenhuis in Londen en als voorbeeld gebruikt voor het nieuwe Hôpital Européen Georges Pompidou op het Citroenterrein in Parijs.
Bij het Ministerie van VWS wordt in de toekomst de bouw vrijgelaten en daardoor gaat het College bouw dat ook functioneerde als opleidingsinstituut voor de bouw in de zorg, verdwijnen. Op welke wijze wordt de kennis over de functionele architectuur van ziekenhuisbouw in ons land behouden? Komt er in Nederland bij één universiteit een kenniscentrum voor gezondheidszorgbouw in plaats van een versnipperd geheel over universiteiten en andere organisaties?
Architectuur is een goed exportproduct geworden. Het CDA ondersteunt graag acties die dit bevorderen. Acties zoals architecten die meegaan met de handelsmissies en het vertalen van literatuur in het Engels zijn goede zaken. Maar wij zouden ook graag meer uitwisseling zien van tentoonstellingen tussen de architectuurinstituten op lokaal niveau.
Ook zien wij graag dat jonge architecten meer kansen krijgen. Het houden van prijsvragen zien wij als middel om en jonge architecten een kans te geven en om de bevolking meer bij de bouw te betrekken. De prijsvraag en de keuze van het stadhuis van Den Haag destijds is in onze ogen een goed voorbeeld hoe dit gedaan zou kunnen worden.
Tot slot voorzitter, de rijksadviseurs uiten hun bezorgdheid over de PPS-constructies en de overgang van het Rijnlandse overlegmodel naar het Angelsaksische model.
De CDA-fractie deelt deze ongerustheid. Bij PPS-en lijkt de nadruk te liggen op de juridische en financiële aspecten en komt de gebruiker en de architectuur niet of nauwelijks in beeld. Hoe denkt de Minister hier mee om te gaan?