Antoinette Vietsch| AVI research en consultancy
AVI

rearch en consultancy
AVI research en consultancy richt zich op: overheid, bouw en gezondheidszorg.

Vraagstukken waarmee AVI research en consultancy zich bezig houdt, zijn:
- wat is de huidige situatie
- wat zijn de ontwikke-lingen
- wat wordt de toekomst.
En natuurlijk ook: hoe speel ik op die ontwikkelingen in, hoe wijzig ik de toekomst.

                 Lees meer>>

Tweede wijziging uitvoeringsbesluit WTZi


Bijdrage voor Schriftelijk Overleg
11 december 2007

De CDA-fractie is verheugd dat het bouwregiem voor ziekenhuizen per 1 januari 2007 wordt afgeschaft en daarmee overbodige administratieve lasten vervallen.
De  CDA-fractie is echter zeer bezorgd over de vele onduidelijkheden over de toekomstige situatie.

Ziekenhuizen weten nog steeds niet hoeveel geld ze gaan krijgen voor hun huisvesting. Ook is er geen duidelijkheid over overgangstrajecten.
Wat vindt de minister bijvoorbeeld van de uitspraak van Thomas Vroon, vicepresident van het Cbz dat “we nooit een ziekenhuis failliet laten gaan door bouwfouten” (Cobouw 23 november 2007)? Deelt de minister deze mening? Is de minister van plan ook bij een situatie van falend management inzake bouw de Raad van Bestuur, c.q. de Raad van Toezicht aansprakelijk te stellen en een bewindvoerder aan te stellen?

Het archief van het Cbz kan van belang zijn, bijvoorbeeld bij arbitrage. Wordt het archief van het Cbz betreffende ziekenhuizen per 1 januari a.s. openbaar? Zo niet, wat gebeurt er dan met het archief?
 
Kan de minister meer duidelijkheid verschaffen over de huisvestingskosten in algemene zin? Kan de minister ook aangeven hoe hoog de vergoeding van huisvestingskosten voor een SEH en een verlosafdeling wordt? Dit is met name voor kleine ziekenhuizen zeer van belang.
Kan de minister ook aangeven wat de taakopdracht wordt van de commissie van Wijzen die moeten adviseren aan de minister over ziekenhuizen die in de problemen komen. En kan de minister aangeven wie in deze commissie benoemd gaan worden en waarom?

Veel AWBZ-instellingen hebben in afwachting van meer duidelijkheid over de toekomstige situatie hun bouwplannen  stil gelegd. Kan de minister ook meer duidelijkheid verschaffen over de overgang van AWBZ-instellingen per 1 januari 2009 en de financiering van die huisvesting? Kan de minister toezeggen dat de bouwplannen die tot doel hebben privacy in AWBZ-instellingen te borgen door realisatie van eenpersoonskamers niet opgehouden worden door de instellingen?
De CDA-fractie vindt het juist dat de IGZ ook toezicht houdt op de minimale kwaliteit van de huisvesting zoals men dat in het verleden ook deed. Kan de minister echter toelichten hoe de IGZ dit in de toekomst gaat doen en wat de wijzigingen zijn ten opzichte van hun huidige werkwijze? Kan de minister ook aangeven welke normen het IGZ  overneemt voor de beoordeling van ziekenhuizen van het Cbz en wat de procedure wordt van de erkenning van “veldnormen” als normen die de IGZ gaat controleren?

Verkoop onroerend goed

De CDA-fractie vindt dat gebouwen en terreinen die vallen onder de WZV/WTZi niet eenvoudig verkocht kunnen worden voor een prijs die één makelaar opgegeven heeft. Zij is content dat de minister toegezegd heeft dat vooralsnog toezicht vooraf gehandhaafd blijft en dat hierover een evaluatie volgt.

Bij de evaluatie willen wij ook graag de rol van de Raad van Toezicht zien bij het onroerend goed. Wil de minister toezeggen dat via de WTZi ook geregeld gaat worden dat aan- en verkoop van onroerend goed goedkeuring behoeft van de Raad van Toezicht van een zorginstelling? Wil de minister bevorderen dat leden van de Raden van Toezicht meer inzicht krijgen in onroerend goed? En wil de minister een uitzondering maken voor verkoop tegen marktwaarde wanneer een andere zorginstelling ex WTZi het terrein of de gebouwen wil kopen?

De werkwijze van het CSZ staat vermeld in het Toetsingskader onroerende zaken zoals vastgesteld door de minister op 9 juli 2007. Is dit ook de toekomstige werkwijze? Zo nee, wat is dan de toekomstige werkwijze? Blijft de werkwijze met gemachtigden gehandhaafd? Zo ja, op welke wijze wordt voorkomen dat belangenverstrengeling optreedt bij gemachtigden en waarom wordt niet gekozen voor deskundigen in loondienst?

Volgens de Tweede Wijziging van het Uitvoeringsbesluit WTZi wordt de meldings-plicht voor transacties met onroerende zaken voor instellingen bij het College Sanering Zorginstellingen (CSZ) van art. 18 WTZi gehandhaafd. Gaat dit over verkoop of ook over verhuur? Betekent dit dat de meldingsplicht voor leegstand vervalt? En op welke wijze is het toezicht beperkt tot gebouwen die onder de WZV/WTZi vallen (zie uitspraak Crabbehof)?

In het algemeen overleg over de invoering van de integrale en transparante tarieven heeft de minister toegezegd terug te komen op de rechtzaak Crabbehof en het verschil tussen instelling die volgens de WTZi de houder moeten zijn van vergunningen en een rechtspersoon die in de praktijk de houder van vergunningen en eigenaar van gebouwen is. Dit is nog niet gebeurd. Kan de minister hierover duidelijkheid verschaffen?

 
Op welke wijze wordt de marktwaarde van een gebouw of terrein bepaald? Zijn er fatale termijnen voor het nemen van een beslissing? De verkoopinkomsten van onroerend goed moeten voor de zorg behouden blijven. Op welke wijze moet dit in de boeken, c.q. het jaarverslag vermeld worden en voor hoeveel jaar?

De CDA-fractie gaat ervan uit dat alle opbrengsten gaan naar de zorginstelling en dat het CSZ niet langer kan besluiten dat de meeropbrengst ten opzichte van de boekwaarde gestort wordt in het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.  Kan de minister dit bevestigen?

Overig

Een van de beperkte wijzigingen die opgenomen staan in de Tweede Wijziging van het Besluit WTZi is de wijziging rond de postcodefinanciering. Kan de minister aangeven hoeveel locaties en plaatsen niet langer in aanmerking komen voor de kleinschaligheidstoeslag?

In de wijziging staat opgenomen dat voor de bouw in kader van de Wet Bijzondere Medische Verrichtingen niet langer toestemming nodig is. Betekent dit dat elk ziekenhuis bijvoorbeeld een radiotherapeutische afdeling kan bouwen? Betekent dit eveneens dat vanuit het Ministerie van VWS geen toestemming nodig is om een particulier ziekenhuis met radiotherapie en bestralingsbunkers te realiseren in bijvoorbeeld Amsterdam?