Antoinette Vietsch| AVI research en consultancy
AVI

rearch en consultancy
AVI research en consultancy richt zich op: overheid, bouw en gezondheidszorg.

Vraagstukken waarmee AVI research en consultancy zich bezig houdt, zijn:
- wat is de huidige situatie
- wat zijn de ontwikke-lingen
- wat wordt de toekomst.
En natuurlijk ook: hoe speel ik op die ontwikkelingen in, hoe wijzig ik de toekomst.

                 Lees meer>>

Praktijk van wonen en zorg politiek uitgangspunt


FMT Gezondheidszorg,
juni 2006

Scheiden wonen zorg is een politiek uitgangspunt dat door velen wordt gedragen. De AWBZ verzekert zorg. Huur, eten, was etc. zijn zaken die geen onderdeel zijn van zorg. Iedereen moet dat betalen. De ene oplossing is dat mensen in instellingen hiervoor een eigen bijdrage betalen. De andere oplossing is een (totale) scheiding. Maar wat zijn de consequenties van zo’n splitsing. Dat wordt niet of nauwelijks in beeld gebracht. Niemand kijkt verder dan dat het geld bespaart binnen het budget van het Ministerie van VWS. Door de kokervisie worden de gevolgen genegeerd van wet- en regelgeving op het terrein van andere ministeries en worden problemen niet opgelost.

In het onderstaande wordt een aantal consequenties weergegeven. Dit is geen totaal plaatje, maar is gewoon een opsomming van een aantal zaken waar men in de praktijk tegen aan loopt. Natuurlijk kunnen instellingen via contracten zaken regelen. Maar helaas geldt dat niet voor alles.

Cliënten

Als groot voordeel van scheiden wonen zorg wordt vaak gezien dat men niet een klein kamertje heeft, maar een woning. Een verzorgingshuisplek is slechts 45 m2 groot, terwijl de oppervlakte van een sociale huurwoning tenminste 70 m2 bedraagt.

Een ander voordeel voor huurders is dat zij huurbescherming hebben. Mensen kunnen dus niet zomaar uitgezet worden. En als de zorg niet bevalt, kunnen zij een andere zorgverlener zoeken of via PGB iemand inhuren. Ook echtgenotes of kinderen kunnen achterblijven als de zorgvrager verhuist of moeten gelijkwaardige woonruimte aangeboden krijgen.

De cliënten die in instellingen zijn opgenomen, kunnen vaak niet meer de regie over hun eigen leven voeren. Zij hebben soms geen idee wie bij hun aanbelt en laten iedereen of juist niemand binnen. In een instelling kan hierop toegezien worden. Huurders kunnen echter niet het recht ontzegd worden bezoek te ontvangen of bezoek – ook al zijn het zorgverleners – te weigeren. Ook moeten sommige cliënten soms tegen zichzelf beschermd worden. Via de BOPZ kunnen instellingen mensen onder voorwaarden van hun vrijheid beroven. Dat varieert dus van afgesloten afdelingen tot bedhekjes en het fixeren in de rolstoel of in bed. Indien mensen echt thuis wonen, dus bij totale scheiding wonen zorg, dan is opsluiting of vastbinden niet mogelijk.

Mensen die zelfstandig wonen, moeten een minimum inkomen hebben om rond te komen. De eigen bijdrageregeling van de AWBZ houdt hier rekening mee. De (maximum) eigen bijdrage intramuraal is aanzienlijk hoger dan extramuraal (zorg zonder verblijf).

Zonder inkomen heeft men recht op bijstand. Een uitzondering wordt gevormd bij intramurale opname. Indien men in een instelling woont, krijgt iemand die daarvoor bijstand had, slechts zakgeld. Bij scheiden wonen zorg moet de gemeente wel een volledige bijstandsuitkering geven.

Bij scheiden wonen zorg betaalt men huur, servicekosten, elektriciteit-, telefoon-, kabel-, gas-, wateraansluiting, rioolbelasting, waterschapbelasting, verzekeringen voor brand, inbraak etc. In een instelling zit dit in de ‘all-in’ AWBZ-prijs. De instelling is een grootgebruiker en heeft vaak een contract en is daarmee goedkoper uit.

De huur wordt bepaald aan de hand van een puntensysteem. Het maakt daarbij uit of sprake is van zelfstandige of onzelfstandige woonruimte. De huur en andere woonlasten van ruimten voor zorgverleners maakt natuurlijk geen deel uit van de huur, maar moet opgenomen worden in de kosten van de zorgverlening. Bij onzelfstandige woonruimte, bijvoorbeeld groepswonen, is geen huursubsidie mogelijk. Ook als de woning te duur is, is er geen huursubsidie mogelijk

Scheiden wonen zorg geeft bewoners meer vrijheid en verantwoordelijkheid. Voorkomen moet worden dat mensen tussen de wal en schip terecht raken.

Instellingen

Instellingen hebben vaak een signatuur, een bepaalde cultuur, vaak gebaseerd op religie. Vanwege deze signatuur zijn zij niet verplicht iedereen op te nemen en kunnen zij mensen weigeren. Zij kunnen zelf bepalen wie voor een plek in aanmerking komt. Het maakt niet uit waar iemand woont of hoelang men ingeschreven staat. Na het scheiden van wonen en zorg geldt het toewijzingsrecht van woningen door de gemeente, tenzij het vrije vestiging betreft. Dat laatste hangt onder meer af van de hoogte van de huur. Vaak geldt dus eigen bevolking eerst. Wel kan de gemeente aan woningen de eis koppelen dat bewoners een medische indicatie moeten hebben zodat niet ‘daklozen’ in een gemeente voorrang hebben op mensen die zorg nodig hebben maar die niet of korter ingeschreven staan. Deze medische indicatie komt overigens niet overeen met de indicatie van het CIZ.

Over het budget van instellingen is veel discussie. De extramurale tarieven zijn hoger omdat daarin reistijd verwerkt is. Meer tijd bij de cliënt, meer zorgminuten betekent hoger budget. De indicatie van het CIZ die aangeeft waar een cliënt recht heeft, is dus heel belangrijk. Intramuraal zijn de tarieven per zorgzwaartegroep gelijk. Het budget is dus minder individueel bepaald.

Bij totale scheiding wonen zorg, wordt de zorg extramuraal. Dit betekent dat de volgende zaken niet meer uit de AWBZ maar uit de zorgverzekering gefinancierd moeten worden: : de (huis)arts, medicijnen, incontinentiemateriaal, verband, rollators, etc. Ook komt niet langer uit de AWBZ de volgende WVG-voorzieningen: rolstoelen, scootmobielen, woningaanpassing, vervoer, etc. Maar ook komen cliënten in aanmerking voor welzijnsvoorzieningen zoals tafeltje-dek-je en boodschappenservice. Scheiden wonen zorg betekent dus meer kosten voor zorgverzekering en meer kosten voor de gemeente (WVG/WMO).

De overgang naar extramurale zorg betekent ook dat er tijd geschreven moet worden. En het kan, zoals al opgemerkt is, leiden tot de situatie dat verschillende zorgverleners actief zijn. In een woongroep leidt dit mogelijk tot problemen en is op zijn minst organisatorisch onhandig. Ook kunnen er problemen ontstaan bij aansprakelijkheid.

Bij de discussie over extramurale zorg wordt vaak de CAO vergeten. Het thuiszorgpersoneel heeft een lagere CAO. Het personeel is dus goedkoper. Scheiden wonen zorg kan dus mogelijk consequenties hebben voor het personeel en de CAO-onderhandelingen.

Instellingen hebben een eigen vermogen nodig. Het scheiden van wonen en zorg heeft invloed op de eis van de omvang van het eigen vermogen. Een gebouw biedt de financiers zekerheid. Op dit moment staat alleen de lening voor het gebouw op de balans als schuld. De waarde van het gebouw staat niet op de balans. Verkoop betekent dus aflossing van schuld en dus toename van eigen vermogen. Indien de gebouwwaarde in de toekomst meegenomen kan worden, hoeft het eigen vermogen minder groot te worden.

Bouw

Duidelijk voor iedereen is dat scheiden wonen zorg gevolgen heeft voor de bouw van instellingen. Bij bouw en verbouw is er een extra partij aanwezig. Bouw- en reorganisatieprojecten zijn moeizamer te realiseren. Het komt soms voor dat een zorginstelling alle vergunningen heeft om te verbouwen, maar dat de eigenaar van het gebouw geen lening kan krijgen omdat hij er financieel te slecht voorstaat en dus de bouw niet kan aanvangen.

De bouw van een zorginstelling is geen woningbouw in het bestemmingsplan, maar bijzondere bouw. De gemeente zal vaak een andere grondprijs hanteren. Zorginstellingplaatsen gelden niet als woningen. Als zorgplaatsen omgezet worden, dan mogen sommige gemeenten minder huizen bouwen. Een problematiek die vergelijkbaar is met de problematiek van de erkenning van recreatiewoningen als gewone woningen.

De normen van wonen en zorginstellingen verschillen. Volgens het Bouwbesluit moeten woningen bijvoorbeeld hogere deuren (2.30m) hebben en moet het gebouw energiezuiniger zijn (EPC 0,8). In de zorg is meer topkoeling aanwezig en zijn de bouwmaterialen duurzamer. Maar ook is er alarmering. In de woningbouw wordt meer gewerkt met goedkope materialen die sneller slijten. Een en ander heeft tot gevolg dat een m2 zorginstelling duurder is dan een m2 sociale woningbouw.

Woningbouwverenigingen geven aan dat zorgwoningen een onrendabele top hebben (duurder zijn dan gewone woningen en daardoor te weinig huur opbrengen). Het standpunt van de overheid is dat woningbouwverenigingen voor elke inwoner moeten bouwen en dus een deel van hun vermogen moeten inleveren voor deze categorie mensen. Soms wordt de infrastructuursubsidie aangesproken, maar die is onvoldoende. Soms wordt met de gemeente afspraken gemaakt over financiering van voorzieningen via de WVG, hoewel deze subsidie feitelijk slechts voor individuele en tijdelijke aanpassingen bestemd is.

Conclusie

Indien een instelling overgaat tot scheiden wonen zorg of andersom, moeten alle zaken goed op een rij gezet worden. De consequenties kunnen groter zijn dan menigeen denkt.