rearch en consultancy
Met de zorg ontwikkelt zich het taalgebruik. In de AWBZ werden inrichtingen instellingen, de zuster de verpleegkundige en verzorgende en de patiënten bewoners. Daarmee werd duidelijk dat de bewoners er langdurig verbleven en thuis waren en het personeel professioneel, maar ondergeschikt was. Bewoners werden vervolgens cliënten, een onbedoelde combinatie van klant en patiënt, van macht en onmacht. De volgende stap was van cliënt naar zorgvrager. Een term die onbedoeld en impliciet wijst op de afhankelijkheid van de zorgvrager aan de zorgverlener. De variant zorgmijder (o.a. de daklozen en verslaafden) lag voor de hand. Omdat deze laatste term al aangeeft dat niet iedereen alle AWBZ-zorg vraagt die hij krijgt (en andersom), is de meest gebruikelijke term nog steeds cliënt. Echter, ook bij deze term ligt de nadruk op de zorg en de afhankelijkheid. Daarom stel ik voor om weer te praten over bewoners, een algemene term die niet op zorg duidt en die prioriteit legt bij het normale leven.