rearch en consultancy
Florence Nigthingale heeft de zorg voor zieken aanzien gegeven. De verpleging was volgens de toenmalige publieke opinie liefdewerk, waarbij beloning geen rol speelde en wat vrijblijvend gedaan kon worden. Zij maakte van het verzorgen en verplegen van zieken een volwaardig vak is. Dus niet alleen zorgen voor een schone omgeving (hygiëne) of de verpleging, want de "dame met de lamp" is vooral bekend om het geven van hoop en mededogen aan patiënten. Deze meer dan 100 jaar oude les lijken sommige mensen vergeten te zijn. In de uitspraken van minister Zalm wordt geen rekening meer gehouden met kwaliteit. Omgaan met patiënten en met bewoners van zorginstellingen is een vak dat men voor een groot deel in de praktijk leert maar waarvoor men talent moet hebben en dat zeker niet iedereen kan leren. Ter illustratie twee voorbeelden uit de zorg.
De heer en mevrouw Jansen zijn vijftig jaar getrouwd. Mevrouw begint te dementeren. Tegenover familie en buren houdt mijnheer Jansen zich groot. Zijn vrouw is een paar keer weggelopen omdat zij haar lang overleden moeder wilde opzoeken. Sindsdien blijft hij thuis met de deur op slot. Omdat het echt niet meer langer ging, heeft hij uiteindelijk huishoudelijke hulp geaccepteerd. Mevrouw Jansen vergeet snel en is alles kwijt. "Dat komt door die vreemden in huis", zegt zij, "die stelen alles". En vervolgens verstopt zij spullen zodat de dieven die niet kunnen vinden. Af en toe heeft ze nog een helder ogenblik en realiseert zij zich dat zij dementeert. Dan hoeft het leven niet meer voor haar.
In een verpleeghuis wordt mevrouw Klaasen opgenomen. Zij heeft een herseninfarct gekregen en is aan een kant verlamd geraakt. Haar familie weet niet hoe hier mee om te gaan. Ze komen wel op bezoek maar vragen dan meer aandacht dan mevrouw Klaasen zelf. Mevrouw Klaasen was de spil van het gezin, degene die iedereen aandacht gaf en zichzelf wegcijferde. Dat ze nu zelf zorg nodig heeft, kan ze niet verwerken. "Geef me maar een spuitje", zegt zij niet alleen tegen haar familie, maar ook tegen elk personeelslid in haar buurt, "dan ben ik niemand meer tot last."
Uit deze twee voorbeelden blijkt dat werken in de zorg, zelf als schoonmaakster, niet zo maar werken is. Men werkt in de persoonlijke levenssfeer van mensen. Men heeft te maken met mensen die zichzelf vaak niet meer zijn. Inlevingsvermogen, sociale intelligentie is een van de talenten die een werknemer in de zorg nodig heeft.
Ook moet men sterk in de schoenen staan. In een omgeving van ziekten en handicap worden levensvragen gesteld waar je zelf mee moet kunnen omgaan. Levensvragen zoals hoeveel erger wordt mijn ziekte, wanneer ga ik dood en zal ik veel pijn lijden. Ondanks dat bijvoorbeeld de gemiddelde verblijfstijd in een verpleeghuis ongeveer een jaar is en er dus op een afdeling gemiddeld om de 14 dagen iemand dood gaat, moet een werker in de zorg niet gedeprimeerd of afgestompt raken. Elk mens heeft niet alleen recht op een schoon bed en een goed gekookte maaltijd, maar ook op mededogen en interesse van zijn omge-ving en daartoe behoren ook de werknemers in de zorg.
Mensen die in de zorg werken, moeten niet alleen goed opgeleid zijn, al dan niet via een bedrijfsopleiding of een studie, maar moeten ook een hart voor de patiënten en bewoners hebben.
Sociale intelligentie, levenservaring, een sterke persoonlijkheid, dat alles hebben werknemers in de zorg nodig en daarom is het ook een zwaar beroep wat niet iedereen kan. Laten we de lessen van de dame met de lamp niet vergeten: werken in de zorg is geen vrijblijvende liefhebberij maar een echt beroep waarvoor ontzag op zijn plaats is.