rearch en consultancy
Van oudsher waren veel rangen en standen in de bouw: architect, constructeur en installatietechnisch adviseur, aannemer en makelaar. De architect was een kunstenaar. De adviseurs waren technici die uitrekenden wat gevraagd werd. De aannemer verdiende het geld, reed in een Mercedes en rookte een flinke sigaar. En over een makelaar had je het niet op de universiteit. Die had de status van tweedehands autoverkopers.
Vastgoedhandelaren waren voor mij een soort makelaars maar dan op grote schaal en met veel geld. Door het vele geld hebben ze ook status en zie je hen bijvoorbeeld regelmatig op foto’s in het Stan Huygenjournaal in de Telegraaf.
Ontluisterend vond ik dan ook het boek Vastgoedfraude van de journalisten Van der Boom en Van der Marel. Het boek geeft een kijkje in de wereld van vastgoed en zou verplichte kost moeten zijn voor iedereen die vanuit de bouwwereld in projectontwikkeling gaat werken of werkt. Enkele clubs waarvan ik dacht dat ze heel fatsoenlijk waren, bleken dus ook besmet te zijn. Bij enkele mensen is het te begrijpen waarom ze meegetrokken werden, maar bij enkele anderen snap ik dat niet. Na het lezen van het boek zette ik een samenvatting op mijn website
Maar ook ben ik met een collega aan het nagaan wat wij kunnen doen om dit soort zaken te voorkomen. Een van de dingen is dat bij het kadaster alleen aan vastgoedtransaktie opgenomen wordt als de goederen geleverd worden. Een stuk grond of een aantal flats kunnen dus binnen een dag 5 keer verkocht worden. Dan wordt door het kadaster alleen de eerste en laatste eigenaar vastgelegd. En indien mijnheer a vastgoed verkoopt aan mijnheer b en vervolgens mijnheer b het terugverkoopt tegen een hoger of lager bedrag, dan komt dat niet in het kadaster. Dat zijn zaken die de wetgever – ofwel de Kamerleden – kunnen verbieden. Voor meer suggesties op dit gebied, houd ik me aanbevolen.