AVI research en consultancy richt zich op: overheid, bouw en gezondheidszorg.
Vraagstukken waarmee AVI research en consultancy zich bezig houdt, zijn: - wat is de huidige situatie - wat zijn de ontwikke-lingen - wat wordt de toekomst. En natuurlijk ook: hoe speel ik op die ontwikkelingen in, hoe wijzig ik de toekomst.
Bekend zijn de verhalen van vrouwen die voor secretaresse aangezien worden. Mijn collega's bij het Bouwcollege besloten daarom destijds dat ik geen koffie in mocht schenken als er externen bij waren. Toch ontstonden er af en toe grappige situaties. Bijvoorbeeld in het gesprek over de bouwplannen van het ziekenhuis te Gouda, toen de directeur spontaan uitriep: "Maar u heeft ook verstand van bouw". Zijn collega's van het ziekenhuis te Den Helder reageer-den vergelijkbaar. Naar aanleiding van een klein bouwplannetje was er een bezoek gepland. De ontvangst was zeer gastvrij. Het werd erg leuk gevonden dat mijn collega iemand had meegenomen; het woord secretaresse viel nog net niet. Tijdens de rondleiding door het ziekenhuis werd mijn collega stijf omringd door de directie en architect. Dat gaf mij de gelegenheid om ongehin-derd alles goed te bekijken. Bij het afscheid vroegen ze naar de vervolgproce-dure. "Stuur het maar naar mevrouw Vietsch", zei mijn collega, "zij behandelt bij ons de grote plannen." Soms was men directer. In het Clara Ziekenhuis vroeg men voorafgaand aan het gesprek naar mijn opleiding en toen ik met een nieuwe vrouwelijke collega bij Het Dorp in Arnhem kwam praten, kon de directeur zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en vroeg of het Bouwcollege een positief discriminatiebeleid voerde. Gelukkig konden we hem geruststellen. Dit soort zaken was wel voor ons de aanleiding om aan te dringen op visitekaartjes. Later, bij Twynstra Gudde had ik minder last van dit soort situaties. Toch heb ik me hoogst vermaakt om een specialist van het Waterlandziekenhuis die aan mij vroeg of mijn bureau altijd iemand van PR stuurde om de bouwplannen toe te lichten. Ook vermakelijk was de situatie op een receptie toen iemand niet zijn functie wilde vertellen omdat ik dat toch niet zou snappen. "Nou", zei ik, "probeert u het eens. Wellicht val ik mee." De man was economisch directeur van een liftenfabriek. Nee, geen gewone liften, maar speciaal voor ziekenhui-zen. De volgende dag lag er natuurlijk een uitgebreide liftendocumentatie op mijn bureau. Als lid van de Tweede Kamer behoor je overal verstand van te hebben en is de reputatie het omgekeerde. Daarom deed me deugd toen na afloop van het werkbezoek geconcludeerd werd: "u heeft er meer verstand van dan we verwacht hadden". Zouden mannen die conclusie ook zo gewaardeerd hebben?