rearch en consultancy
Weer Kamervragen nadat een verpleeghuis besluit mensen met een hartaanval niet te reanimeren. Terecht. Medici en de medewerkers in de zorg moeten werken binnen de wettelijke kaders. In Nederland geldt het principe: reanimeren tenzij de patiënt aangegeven heeft dat hij dat niet wil. Overal waar dit niet gebeurt, is men in overtreding van de wet en moet de Inspectie optreden als het artsen, verpleegkundigen of zorginstellingen betreft. En als dat dus niet gebeurt, dan komen er gelukkig Kamervragen.
Wie mag reanimatie weigeren?
Natuurlijk kunnen mensen of hun wettelijk vertegenwoordigers reanimatie weigeren, net zoals ze elke behandeling kunnen weigeren die anderen niet in gevaar brengt. Als mensen er bewust voor kiezen om niet gereanimeerd te worden, dan heb ik daar diep respect voor. Maar waar berust de keuze op?
Veel mensen komen voor de keuze te staan als ze in een ziekenhuis of verpleeghuis komen. Ze zijn dan zeer kwetsbaar en soms ook enigszins depressief gezien hun fysieke omstandigheden.
De arts die de vraag over al dan niet reanimeren stelt, beroept zich soms op zijn speciale kennis: “Gezien de grootte van de hersenbeschadiging is op medische gronden reanimatie niet verantwoord”. Of soms op zijn status: “Reanimatie van deze patiënt is tegen mijn medische ethiek”. “Ik heb het protocol voor reanimatie in dit huis opgesteld en wij reanimeren niet.” Wie durft dan nog te zeggen dat er toch gereanimeerd moet worden?
Maar de vraag is of zij dit inderdaad uit hun professie doen of uit hun eigen zienswijze op hun eigen leven. “Ik raad u ernstig af om reanimeren toe te staan” zei een arts in een ziekenhuis, “ Wat rest uw moeder: een leven in een verpleeghuis.”
Schade na reanimatie
De vraag is ook of bij de afweging geen praktische motieven meespelen. Een manager in een verpleeghuis gaf aan dat zijn personeelsleden helemaal niet konden reanimeren. Daarom vond hij reanimatie niet verantwoord. Ook wil ik u de eerlijk gemeende opmerking van een verpleegkundige in een verpleeghuis niet onthouden. “Mevrouw wil reanimatie. Dus nu moeten we haar medicijnen goed in de gaten houden. Bij andere bewoners hoeven we slechts te zorgen dat ze zich comfortabel voelen.”
Aan patiënten en verpleeghuisbewoners wordt voorgehouden dat een groot deel van de patiënten een hersenbeschadiging heeft na een reanimatie. Maar niemand weet natuurlijk hoe groot die beschadiging is en wat er beschadigd zal zijn. Dit argument geldt tenslotte voor alle mensen en we schaffen in Nederland toch niet de ambulancedienst af voor mensen met een hartaanval?
Een ander argument is dat overlijden bij reanimatie zo’n chaotische dood is. “U gunt uw moeder toch ook een mooie dood?” Reanimatie is inderdaad chaotisch, zeker voor het personeel. Maar erbij staan en er naar kijken zonder hulp te bieden is ook niet eenvoudig. Om over het schuldgevoel, “had ik niet…”, maar niet te spreken.