AVI research en consultancy richt zich op: overheid, bouw en gezondheidszorg.
Vraagstukken waarmee AVI research en consultancy zich bezig houdt, zijn: - wat is de huidige situatie - wat zijn de ontwikke-lingen - wat wordt de toekomst. En natuurlijk ook: hoe speel ik op die ontwikkelingen in, hoe wijzig ik de toekomst.
Door je op een bepaalde manier te kleden, roep je een bepaald beeld op. In mijn studententijd droeg ik een spijkerbroek en slippers. Trui en blouse varieerden. Na 3 maanden bij UT kreeg ik van een afstudeerder te horen dat ik me toch niet zo kon kleden. Zo'n spijkerbroek kon niet. Wat zou prof. Sikkel daarvan denken? Verbaasd keek ik hem aan en zei: "Maar deze broek droeg ik bij mijn sollicitatie." Op de TU was dit geen punt. We, de medewerkers, maakten ons vrolijk over net afgestudeerden die ons opzochten in een heel net pak. Nog steeds associeer ik nette pakken met net afgestudeerden. Toch heb ik geleerd me aan te passen. Als medewerker mocht ik lid worden van een NEN-commissie. Ik ging naar het NNI in Delft in mijn meest nette trui en lange broek. Duidelijk was dat ik niet voor vol werd aangezien. Wel kreeg ik na afloop een lift naar het station aangeboden. Een eigen auto hoorde niet bij een trui en lange broek. Dat jaar was ik op vakantie in New York en zag de mantelpakjes met "heren"-colberts die de dames op Wallstreet droegen. Terug in Nederland heb ik zo'n donkerblauw mantelpakje aangeschaft. Dat werkte perfect. Door nette kleren krijg je overwicht en nemen mensen je serieuzer. Onder meer bij het Bouwcol-lege maakte ik daar gebruik van. De koffiejuffrouw keek 's ochtends naar mijn kleren en vroeg vervolgens hoe laat het bezoek kwam. Op de bouwplaats werd het rokje vervangen door een lange broek. En nu draag ik alleen een rok bij bijzondere gelegenheden zoals bij Prinsjesdag. De tweede les die ik kreeg in kleding was op INSEAD. Bij de discussie over image, werd mij door mijn manlijke Nederlandse collega's verteld dat zij verwachten dat vrouwen vrouwelijk, zacht zijn en daarbij hoort geen strakke kleding maar kant, sjaaltjes enzo. Harde kleding stoot af, maakt angstig en agressief. Sindsdien heb ik in Brussel een aantal bloesjes aangeschaft. Voor onder de mantelpakjes. In de Tweede Kamer wordt verwacht dat ik netjes gekleed ben. Er staan altijd camera's. Tijdens het vragenuurtje zien we wel eens in onze ogen wat wonder-lijke kleding. Laatst siste mijn buurman mij toe: als er een van ons zo bijloopt, dan moeten we wel laten weten dat ze vergeten is haar pyjama uit te trekken. In mijn vrije tijd loop ik er nog net als vroeger bij. Alleen de slippers zijn vervangen. Als ik mijn buurvrouw dan tegenkom, vraagt zij telkens bezorgt: je bent toch niet ziek?