rearch en consultancy
De laatste tijd loop ik tegen oud-klasgenoten en –studiegenoten aan. Mensen waarvan ik dacht dat ze dezelfde uitgangspunten en dezelfde kennis hebben als ik. Maar wat mij opvalt is dat zij binnen het vlak van de bouw zijn blijven hangen.
In de Tweede Kamer waren we bijvoorbeeld allemaal zeer verontwaardigd over het gedoe met het Nationaal Historisch Museum. Eerst worden er in de Kamer verschillende plannen gepresenteerd met ontwerpen van architecten en kostenramingen. En vervolgens zegt men, die deden er niet toe, het ging alleen om de keus van de gemeente. Wees nu eerlijk, is het oude gebouw van de dienst huisvesting van de gemeente Arnhem de beste plek in Nederland om een Nationaal Historisch Museum van te maken? Volgens mij niet dus. Maar dat gaf grote verbazing bij enkele van mijn oud-studiegenoten. De politiek moest zich er niet mee bemoeien. Terwijl de politiek het gevoel had opgelicht te zijn. Twee werelden, waarbij degene die geld gaf, de politiek dus, vooralsnog het laatste woord heeft.
Aan de andere kant loop ik er ook tegen aan oud-studiegenoten aan die vinden dat ze het beste ontwerp van de hele wereld gemaakt hebben. Na een kort gesprekje, moet ik toch iedereen kunnen overtuigen dat hun plan veel beter is en dat bijvoorbeeld het Nationaal Historisch Museum in het Haagse Bos thuishoort? Dat er naast de bouwkundige werkelijkheid ook een politieke werkelijkheid is en wellicht nog een paar andere werkelijkheden, ziet men niet. Bouwkunde blijkt niet iedereen breed opgeleid te hebben. Verbeteren van het invoelingsvermogen is nodig.
Antoinette Vietsch