De politiek wil niets met funderingen en vindt niets van funderingen.
Bij constatering dat funderingen een groot probleem kunnen vormen, vraagt de politiek, zeker gezien de grootte van het probleem: wie is verantwoordelijk.
Verantwoordelijk is de eigenaar van het gebouw. Steeds meer eigenaren zijn bij constatering dat hun fundering slecht is, verontwaardigd dat zij werkelijk verantwoordelijk zijn. Zij stellen zich op als huurders. En bij gebrek aan een huisbaas vinden ze dat de overheid verantwoordelijk is voor hun probleem.
Indien een eigenaar het huis met verborgen gebreken gekocht heeft, is natuurlijk niet hij, maar de vorige eigenaar aansprakelijk.
Naast het principe van de eigenaar is verantwoordelijk geldt in de politiek ook het principe "de vervuiler betaalt". Dit betekent dus dat gekeken moet worden waardoor de schade veroorzaakt wordt en wie dus verantwoordelijk is voor de oorzaak van de schade.
Bij fundering zijn feitelijk 2 oorzaken te constateren: het soort paal was niet goed of de waterstand is gewijzigd. Als de paal niet goed was, dan ligt de verantwoordelijkheid bij de eigenaar. de bouwer van destijds is niet meer aansprakelijk te stellen.
Bij de hoogte van de waterstand zijn in feite 3 oorzaken te onderscheiden.
- De eerste betreft een ander bouwproject. Schade kan veroorzaakt worden door een bouwproject in de buurt. Voor de bouw heeft men rond de bouwplaats damwanden geslagen, zuigt men grondwater weg of trillingen veroorzaken schade aan de fundering. Bij trillingen kan men ook aan zwaar verkeer denken. De gemeente Utrecht heeft daarom de busbanen apart onderheid. Bij een bouwproject moet de eigenaar van de woning de eigenaar van het bouwproject aansprakelijk stellen. Foto's vooraf aan de bouw helpen bewijzen dat de scheuren inderdaad veroorzaakt zijn door het project en niet al reeds aanwezig waren.
- De tweede oorzaak is schade door kapotte riolering die werkt als drainage en dus de waterstand verlaagd. Voor deze schade is de eigenaar van de riolering, meestal dus de gemeente, aansprakelijk.
- De derde oorzaak is schade door verlaging van de waterstand. Voor boeren betekent verlaging van de waterstand wijziging van opbrengsten. Ook de gevolgen van de aanleg van de Noord-Oostpolder betekende destijds verlaging van de waterstand op het oude land en dus problemen met de funderingen. Vandaar dat er nu de randmeren zijn. Indien een waterschap besluit om de waterstand te verlagen of toestemming geeft voor plannen die gevolgen hebben voor de waterstand, betekent ook dat zij verantwoordlijk worden voor schade, zowel voor de boeren als voor de funderingen.
Het principe van de vervuiler betaalt, is een goed principe. Alleen het bewijzen wie de "vervuiler" is en wat de schade is, is makkelijker gezegd dan gedaan. Het aanspannen van een rechtzaak is een moeilijk en kostbaar pad.
Wat doet de politiek is de volgende vraag.
De politiek heeft voor de gemeenten geld vrijgemaakt voor funderingen in het kader van stadsvernieuwing. Ook zijn bij enkele gemeeneten goedkope leningen mogelijk.
Gemeenten zorgen ook dat in een rij woningen iedereen wordt aangeschreven en dus alle eigenaren moeten meedoen.
Verder is de politiek bereid mee te denken hoe zij de eigenaars kunnen helpen bij het bewijzen van de aansprakelijkheid. Iedereen realiseert zich dat als een gemeente niet wil meewerken, een eigenaar zeer moeilijk kan bewijzen dat de schade aan zijn fundering veroorzaakt wordt door de slechts kwaliteit van de riolering. In het laatste overleg met de minister over bouwregelgeving inclusief funderingen heb ik de minister ook gevraagd hoe bewoners daarbij ondersteund zouden kunnen worden. Zij zal daarop schriftelijk reageren.
Kortom ook in de Tweede Kamer wordt dit onderwerp vervolgd.