Geachte leden,
Het is voor mij een eer op het jaarcongres van de Vereniging voor Beheer en Onderhoud in Instellingen, de VBOI, te mogen zijn. Na het bedanken voor deze eer, wil ik u gelijk mijn verontschuldigingen aanbieden: ik heb geen plaatjes. Politici hebben in ons land slechts praatjes en daarom is onze ondersteuning niet ingericht op het maken van presentatie met PowerPoint zoals consultants die hebben.
Het thema van het congres en dus het thema waarover ik gevraagd ben een oordeel te geven is: (duurzame) energiebesparing in de gezondheidszorg. Persoonlijk leg ik dat graag uit als minder energie besteden aan overbodige regelgeving. En de regelgeving op het gebied van bouw was natuurlijk vaak verspilling van energie. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de eindeloze formulieren die ingevuld moesten worden om een toestemming van het Bouwcollege te krijgen. En waarvan ik slechts de informatie instelling, contactpersoon en telefoonnummer relevant vond. Tenslotte, alles wat niet op tekening staat wordt niet gebouwd. Dus wat heb je aan die informatie op die formulieren.
Maar goed de formulieren zijn afgeschaft, het Bouwcollege is afgeschaft en iedereen kijkt vol spanning uit naar het advies over de nadeelcompensatie, de compensatie die instellingen moeten krijgen die nadeel hebben van de wijziging van regelgeving. En ook natuurlijk naar het standpunt van de regering daarover en vervolgens het debat in de Tweede Kamer op 22 oktober 2008.
Natuurlijk denkt u dat ik inmiddels het rapport gekregen heb en u ga vertellen wat daar in staat. Helaas, daarin moet ik u teleurstellen. Net zoals over het feit, zo begrijp ik uit de wandelgangen, dat de commissie met geld voor individuele instellingen komt. Wat dus de definitieve oplossing wordt voor een ziekenhuis zoals in Sittard, is mij nog niet duidelijk. Ook is mij niet duidelijk of de banken genoegen nemen met de nog grote onduidelijkheid over de financiering. Zeker gezien de huidige situatie van ABN/AMRO en Fortis.
Maar natuurlijk is vooral het goede nieuws dat een instelling zelf mag bepalen wat het investeert en hoe hij het investeert. Het kan voor een ziekenhuis interessant worden om bijvoorbeeld ’s avonds poliklinieken open te stellen waardoor de ruimten dus 3 dagdelen in plaats van 2 dagdelen gebruikt worden en daardoor volstaan kan worden met slechts 2/3 van de oppervlakte. Dat is natuurlijk een grote besparing, ook van energie.
Maar vermoedelijk verstaat u ook dit niet onder duurzame energie. Waarschijnlijk denkt u aan zonne- en windenergie, en warmte- en koude opslag. Goede maatrege-len waarbij de techniek snel gaat. Bij windmolens en bij warmte- en koude opslag moet rekening gehouden worden met vergelijkbare systemen in de omgeving. Een molen kan de wind wegvangen van een andere molen en ook kan de opslag van koude de opslag van een naastgelegen systeem verstoren. Afstemming is nodig en kan zelfs tot een winsituatie leiden doordat de installatie van een zorginstelling samengevoegd wordt met de installatie van een naastgelegen pand.
De ontwikkeling van zonne-energiecellen gaat hard. Zodanig hard zelfs dat ik me zelfs afvraag of nu het goede moment is om iets te doen of dat we moeten wachten totdat het iets verder ontwikkeld is. Ik kan dat niet inschatten, maar ik hoop dat vandaag hierop een antwoord gegeven wordt in de verschillende workshops.
De term duurzame energie roept bij velen weerstand op. Om een collega van mij te citeren toen we het hadden over energiebesparende maatregelen: “Waar bemoeien we ons mee. Mijn moeder vindt het heerlijk om de verwarming hoog te zetten en geen truien te dragen in de winter. Daar betaalt ze voor. Waarom mag dat niet, maar mag ze wel haar geld besteden aan de koop van een zeer vervuilende auto als ze dat wil?”. Dat laatste is voor zorginstellingen natuurlijk de kern. Geen duur-zaam beleid kost geld. Hoe kan een instelling geld besparen?
Dat kan natuurlijk door een gebouw te optimaliseren. Niet meer oppervlakte dan nodig is. Afstoten door sloop of verhuur van overbodige oppervlakte. Ik noemde al de avond polikliniek. Maar denk ook aan meer uitbesteden. We hebben geen wasserij meer in ziekenhuizen. Maar waarom nog wel ruimten voor technische dienst en kookkeukens? Om nog maar niet te spreken over opslag van archieven.
Dat kan ook door een gebouw goed te onderhouden waardoor het lang meegaat en sloop en nieuwbouw voorkomen wordt. Een onderhoudsplan voor schilderwerk, installatieonderhoud is noodzakelijk En daarbij moet niet vergeten worden installaties periodiek te controleren of ze goed ingeregeld zijn en zo niet, om ze goed in te regelen. Dat levert comfort op en bespaart energie.
Vervanging van installaties, het aanbrengen van een andere verlichting, LED-lampen, het aanbrengen van aanwezigheidsdetectie waardoor het licht alleen aan is als er iemand in de kamer is, en het verbeteren van isolatie van gevels en daken is noodzakelijk en moet op tijd gebeuren. Hiervoor moet een continue planning zijn die periodiek aan de hand van de werkelijke situatie wordt bijgesteld.
Bij nieuwbouw zal de EPC-waarde in het Bouwbesluit verhoogd gaan worden. Daar moet rekening mee gehouden worden.
Wat echter ook belangrijk is en nauwelijks uitgesproken wordt, is het energiege-bruik van apparatuur in de zorg.
Thuis weet je dat het goedkoper is om je oude koelkast te vervangen door een nieuwe vanwege het energiegebruik. Maar kent u een instelling die apparatuur vervangt vanwege energiegebruik?
En wist u dat het gebruik van Internet wereldwijd evenveel energie kost als de hele luchtvaart? Dit energiegebruik kan eenvoudig worden teruggebracht door betere servers en energiezuinigere pc’s te gebruiken. Als u vliegt, koopt u dat wellicht af met het planten van een boom. Wat doet u als u een hele dag achter uw pc zit?
Ik heb in het voorgaande een groot aantal onderwerpen genoemd. Als u mij nu vraagt: heeft de overheid een visie op de genoemde onderwerpen zodat duurzame energiebesparing in de gezondheidszorg optreedt, dan moet ik u teleurstellen. De bouwregelgeving is afgeschaft, de verantwoordelijkheid ligt nu bij de instellingen. Instellingen moeten dus over energiegebruik nadenken en onderhoudsplannen en lange termijnhuisvestingsplannen maken. Maar dat hoef ik u niet te zeggen: daar weet u veel meer van dan ik, een politica.