AVI research en consultancy richt zich op: overheid, bouw en gezondheidszorg.
Vraagstukken waarmee AVI research en consultancy zich bezig houdt, zijn: - wat is de huidige situatie - wat zijn de ontwikke-lingen - wat wordt de toekomst. En natuurlijk ook: hoe speel ik op die ontwikkelingen in, hoe wijzig ik de toekomst.
Het maakt toch niet meer uit of er mannen of vrouwen hier werken, zei de presentator en gaf de vrouwelijke leden van het forum een bos bloemen en de mannen een fles wijn. Getuigt dit van tact, inlevingsgevoel in de leden van het forum, of is dit een vorm van oneerlijke beloning. Hoever ga je bij het reke-ning houden met de persoonlijke leefomstandigheden van personeel en collega's. Ik erger me vreselijk als crèche als nieuw vrouwvriendelijk en emancipatoir beleid wordt aangegeven. Mijn manlijke collega's zeiden altijd gewoon bot dat ze niet vroeg konden vergaderen omdat ze de kinderen eerst naar de crèche moesten brengen. Een vrouwelijke collega heb ik dit nog nooit horen zeggen. Het zou van haar niet geaccepteerd worden. Ook kan ik nog goed herinneren dat mijn baas voorstelde dat ik die opdracht in Heerlen maar moest gaan doen want ik hoefde niet op tijd thuis te zijn. Het beperken van de discussie rond emancipatie tot discussies over wie thuis voor de kinderen de thee zet of het vlees snijdt, is helaas te eenvoudig. Laten we eens een aantal zaken op een rijtje zetten. Op Bolivia na heeft Nederland het minste aantal vrouwen op hoge posities: slechts 5% van de top (raden van commissarissen, raden van bestuur) van de 100 grootste bedrijven in Neder-land is vrouw. Het streven was dat de ambtelijke top 20% vrouw zou zijn; in werkelijkheid bedraagt het slechts 12%. Het aantal vrouwen in de top van de politie is 10%. In de politiek doen vrouwen het redelijk. We hebben 60 vrouwelijke kamerleden. Dat is bijna 43% zoals in Zweden. Maar of de spreektijd in de Kamer meestal zoals in Zweden gevuld wordt door mannen, hebben we in Nederland nog nooit durven meten. Vrouwen krijgen nog steeds minder betaald dan mannen. In de EU krijgt een vrouw 16% minder loon; in Nederland 20% in het bedrijfsleven en 15% bij de overheid. Na aftrek van verklarende oorzaken zoals ervaring en opleiding is er volgens ons Ministerie van Sociale Zaken een onverklaarbaar verschil van 7% in het bedrijfsleven en 3% bij de overheid. Minister De Geus daarover in zijn brief van 3 december 2004: "Betere naleving van de wettelijke regels op het terrein van gelijke beloning zal een afname van het gecorrigeerde belonings-verschil tot gevolg moeten hebben". Of dit genoeg zal zijn? Duidelijk is wel dat de emancipatie nog lang niet af is. Tot nu toe zijn we slechts bezig aan het ontsluieren van de onredelijke verschillen. En die zijn ook in de bouw aanwe-zig.